|
|
Hèt blad voor de beroeps- en recreatievaartvaart |
Ons toegezonden boekaankondigingen |
|
Brieven en scheepspapieren uit de Europese handelsvaart
Deel 4 van het Sailing Letters Journaal Woensdag 23 november 2011 wordt het vierde deel van het Sailing Letters Journaal, getiteld De gekaapte kaper. Brieven en scheepspapieren uit de Europese handelsvaart gepresenteerd in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Het boek is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen. Ieder Sailing Letters Journaal bevat transcripties van opmerkelijke brieven en documenten, voorafgegaan door een uitgebreide toelichting. Afbeeldingen van de originele brieven en documenten zijn te vinden op de bijbehorende dvd. De journaals tonen de gevoelens van bevolkingsgroepen waarvan nauwelijks geschreven materiaal bewaard bleef. De gekaapte kaper is geheel gewijd aan de Europese vaart, met onder andere verhalen over de handel op Riga, Turkije en Marokko, walvisvaart en kreeftenhandel. In dit journaal worden vooral zakelijke documenten gebruikt en zijn de transcripties zoveel mogelijk in de lopende tekst verwerkt. Nederland en Engeland hebben nogal wat zeeslagen met elkaar uitgevochten. Over en weer werden schepen tot zinken gebracht of veroverd. Scheepsladingen werden, samen met de aanwezige post, tot ‘prijs’ verklaard. De Engelsen maakten keurige beschrijvingen van de Nederlandse buit en de bemanningen van de gekaapte schepen werden uitvoerig verhoord. De verslagen daarvan werden – samen met honderdduizenden in beslag genomen papieren – eeuwenlang bewaard, aanvankelijk in de donkere kelders en tochtige zolders van de Tower of London en later in The National Archives. Niemand keek ooit om naar deze unieke verzameling, die meer dan 38.000 zakelijke en persoonlijke brieven bevat van en aan Nederlandse zeelieden, kooplieden en hun familie. Veel van deze brieven bereikten nooit hun bestemming. Sommige zijn tot op de dag van vandaag niet eens geopend. Pas in 1980 werden deze Prize Papers door een Nederlandse onderzoeker ontdekt. Het bestaan van deze archiefschat bleef echter slechts in kleine kring bekend. Het project Sailing Letters wil daarin verandering brengen. De omvang van het materiaal is indrukwekkend en uniek en de brieven zelf geven een goed beeld van het alledaagse leven in de 17de en 18de eeuw. Eerder verschenen delen: De dominee met het stenen hart en andere overzeese briefgeheimen (1), De smeekbede van een oude slavin en andere verhalen uit de West (2), De voortvarende zeemans- vrouw. Openhartige brieven aan geliefden op zee (3) Het project Sailing Letters is een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek in samenwerking met het Nationaal Archief, de Universiteit Leiden en de Samenwerkende Maritieme Fondsen. Uitgave Onder redactie van Erik van der Doe, Perry Moree en Dirk J. Tang, m.m.v. Peter de Bode, De gekaapte kaper. Brieven en scheepspapieren uit de Europese handelsvaart, Uitgeverij Walburg Pers, geïllustreerd in kleur en zwart-wit, genaaid gebonden, ISBN 978.90.5730.772.0, prijs € 19,95 – 144 pagina's. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
Hertaling eerste zeemanswoordenboek van het Nederlands
De Seeman (1681), samengesteld door Wigardus à Winschooten, is het eerste volwaardige zeemanswoordenboek van het Nederlands en tevens een van de geestigste en boeiendste woordenboeken van onze taal. De Seeman bevat een keur aan woorden uit vaktalen, zeker niet alleen uit het zeewezen. Op woensdag 23 november aanstaande wordt de hertaling in modern Nederlands, getiteld Seeman. Maritiem Woordenboek van Wigardus à Winschooten vanaf 13.30 uur gepresenteerd in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. De hertaling is verzorgd door Hans Beelen, Ingrid Biesheuvel en Nicoline van der Sijs en wordt uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen. Bij de hertaling is gestreefd naar een prettige leesbaarheid voor een eigentijds publiek zonder dat de toon van het origineel verloren is gegaan. Het rijk geïllustreerde boek is voorzien van trefwoordenregisters en een uitvoerige inleiding over leven en werk van de auteur. Het boek bevat ook een cd-rom, waarop de hertaling, een diplomatische transcriptie en foto’s van de originele druk van de Seeman uit 1681 staan. De Seeman is een uniek cultureel document, een spiegel van Nederland in de 17de eeuw. De 17de-eeuwse geleerde schoolmeester Wigardus à Winschooten gaat in de Seeman op zoek naar de maritieme wortels van het Nederlands. Hij leidt als eerste een groot aantal woorden, uitdrukkingen en spreekwoorden van de vaktaal der zeelui af. Daardoor is de Seeman veel meer dan een praktisch naslagwerk voor zeelieden en scheepsbouwers. Bij ieder woord worden afleidingen en samenstellingen vermeld, alsmede tal van vermakelijke uitdrukkingen en spreekwoorden. Ook staat de auteur stil bij folklore en ambachten, bij dialecten en groepstalen, bijvoorbeeld van vrouwen. Daardoor bevat de Seeman meer taalkundige informatie over het Nederlands dan enig ander woordenboek uit de renaissance De cd-rom die bij het boek hoort bevat tevens de latere maritieme woordenlijsten en -boeken van onder andere Nicolaas Witsen (1690), Georgius van Zonhoven (1740) , J.P Sprenger van Eyk (1835 -1836), Jacob van Lennep (1856) en J. Pan (1857). Alle belangrijke oude bronnen van het nautische Nederlands zijn daarmee voor het eerst bijeengebracht en toegankelijk gemaakt: een schat aan informatie over onze taal, maar ook over scheepsbouw en scheepvaart. Bij het boek hoort de site www.seeman.nl, waar de lezer de mogelijkheid heeft, drie eeuwen zeemanswoordenschat zelf vergelijkend te onderzoeken. Uitgave Hertaald en ingeleid door Hans Beelen, Ingrid Biesheuvel en, Nicoline van der Sijs, Seeman. Maritiem Woordenboek van Wigardus à Winschooten, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur en zwart-wit, genaaid gebonden + cd-rom, ISBN 978.90.5730.722.5, prijs € 39,50 – 328 pagina's. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
Dirk Hendrik Kolff (1761-1835)
Een maritiem zelfportret Zaterdagmiddag 5 november 2011 wordt het boek Driftig van spraak, levendig van gang. Herinneringen van marineofficier Dirk Hendrik Kolff (1761-1835) om 14.00 uur gepresenteerd in Muzee Scheveningen te Den Haag. Het boek is bezorgd en ingeleid door Vincent A.J. Klooster en Dirk H.A. Kolff. Dirk Hendrik Kolff werd in 1779 adelborst bij de Admiraliteit van Amsterdam, maakte in 1782 zijn?eerste zeereis, verkreeg in 1797 de rang van kapitein-ter-zee en verliet in 1817, eerder dan hijzelf wilde, de zeedienst. In de slotfase van zijn leven zette hij op papier hoe zijn loopbaan bij de marine verlopen was. De tekst is levendig geschreven en de auteur is daarin open over zijn eigen zwakheden en momenten van ongelukkig handelen. De nadagen van de Republiek, de Bataafs-Franse tijd en het herstel van de onafhankelijkheid trekken aan de lezer voorbij. Driftig van spraak, levendig van gang is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers en verschijnt als deel 110 in de reeks Werken van de Linschoten-Vereeniging. Dit maritieme zelfportret van Dirk Hendrik Kolff (1761-1835) bestrijkt zijn 38 actieve jaren in dienst van de zeemacht van achtereenvolgens de Republiek onder stadhouder Willem V, de Bataafse Republiek, de nieuwe soevereine staat van 1813 en het Koninkrijk van 1815. Kolff legde op levendige wijze zijn meest curieuze herinneringen vast: als jong luitenant met het eskader van Van Braam naar Indië, aan de gevechten in Maleisië en Riouw, aan Java en Ceylon en aan zijn latere belevenissen op de rede van het Ottomaanse Smyrna. Hij vertelt over zijn eigen rol bij de dramatische gebeurtenissen van de jaren 1794-1795, als de oude Republiek ineenstort. Hij beschrijft de slag bij Kamperduin in 1797, die hij als commandant meemaakte, en doet verslag van de overgave in 1799 van het eskader in de Vlieter aan de Engelsen. Uit deze cruciale periode uit de geschiedenis van Nederland als zeevarende natie zijn vrijwel geen persoonlijke verhalen bekend. Boeiend is ook het relaas van Kolffs ontsnapping uit gevangenschap wegens vermeend hoogverraad en Oranjegezindheid tijdens de Vlieterepisode. Maar er zijn ook lichtere momenten: zijn vriendschap met de olifanten Hans en Parkie die zijn schip in 1786 voor de menagerie van prins Willem V meebracht uit Ceylon en zijn verbazing over de snelheid waarmee enkele van zijn beschermelingen van lage rang in deze revolutionaire tijd de politieke top bereiken. Vincent A.J. Klooster (1957) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Hij is eigenaar van het bureau voor archiefbewerking Lias te Den Haag. Dirk H.A. Kolff (1938) studeerde geschiedenis, promoveerde op een studie naar de prekoloniale militaire arbeidsmarkt in Noord-India en was tot 2003 hoogleraar Geschiedenis van Zuid-Azië aan de Universiteit Leiden. Hij is archivaris van de Familievereniging Kolff. Uitgave Bezorgd en ingeleid door Vincent A.J. Klooster en Dirk H.A Kolff, Driftig van spraak, levendig van gang. Herinneringen van marineofficier Dirk Hendrik Kolff (1761-1835), Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.724.9, prijs € 29,95 – 224 pagina's. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
Vier eeuwen vreedzame Nederlands-Engelse
maritieme interactie Wapengekletter, kanonnengebulder en economische concurrentie. De maritieme band tussen Nederland en Engeland lijkt in de literatuur vaak alleen te bestaan uit oorlogvoering of competitie tussen de VOC en de East-India Company. De uitgave Nederland-Engeland. Reflecties over zee neemt voor de verandering niet de strijd onder de loep, maar uiteenlopende vormen van samenwerking tussen beider landen van de 17de tot en met de 20ste eeuw. Want die is het bekijken waard! Nederland-Engeland – onder redactie van Irene Jacobs en Joost Schokkenbroek – is een gezamenlijke productie van het Maritiem Museum Rotterdam en Het Scheepvaart- museum en wordt uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen. Op vrijdagmiddag 11 november 2011 wordt het boek gepresenteerd tijdens het jaarlijkse Museumsymposium van Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam. De uitgave vormt een podium voor de uitmuntende museale collecties èn voor de deskundigheid van de conservatoren van beide musea. Opmerkelijke, kleurrijke en unieke museumstukken zijn het uitgangspunt voor zeventien boeiende bijdragen over vier eeuwen vreedzame Nederlands-Engelse maritieme interactie. Vraag een willekeurige voorbijganger op straat wat hij of zij weet over de maritieme relaties tussen Nederland en Engeland en de kans is erg groot dat hij eerder de overwinningen van De Ruyter noemt dan de grote invloed die Engelse scheepsbouwmeesters aan het begin van de achttiende eeuw op de ontwikkelingen in de Nederlandse scheepsbouw hebben gehad. In ieder geval zal men niet snel bedenken dat tussen de buurlanden – slechts gescheiden door een betrekkelijk smal stuk Noordzee – naast enkele jaren van intense, bittere strijd op zee, langere periodes zijn geweest van vreedzame interactie. De twee maritieme naties beïnvloedden elkaar in tijden van vrede én oorlog op cultureel, economisch en wetenschappelijk gebied. Van de Hollandse zeeschilder Willem van de Velde tot de Schotse ingenieur Duncan Christie - schilders, schrijvers, cartografen, scheepsbouwers, vissers, technici en (Olympische) watersporters weten elkaar te vinden en wisselen kennis, expertise en vaardigheden uit. Beide landen spiegelen zich aan elkaar. Dit verklaart de dubbelzinnigheid in de subtitel van dit nieuwe Jaarboek: die reflecties gingen over zee, heen en weer. Echter, reflecties in de engere betekenis – gedachten, overpeinzingen, ideeën – waarin de zee een prominente plaats inneemt, komen evenzeer aan bod. Uitgave Onder redactie van Irene Jacobs en Joost Schokkenbroek, Nederland - Engeland. Reflecties over zee, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd, ISBN 978.90.5730.773.7, prijs € 24,95 – 128 pagina's. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
Nederlands-Brazilië in kaart Belangrijke manuscriptatlas voor het eerst gepubliceerd Op donderdag 3 november 2011 organiseert het Nationaal Archief The Atlantic Day in het West Indisch Huis aan de Herenmarkt in Amsterdam. Deze dag wordt georganiseerd ter ere van het feit dat de archieven van de West-Indische Compagnie (WIC) zijn toegevoegd aan het UNESCO Memory of the World Register – de lijst waarop documentair erfgoed staat met een uitzonderlijke betekenis voor de wereld. In het kader hiervan wordt tijdens de Atlantische dag het boek Nederlands-Brazilië in kaart. Nederlanders in het Atlantisch gebied, 1600-1650 gepresenteerd. Het eerste exemplaar zal worden overhandigd aan mevrouw Elizabeth-Sophie Mazzella di Bosco Balsa, afgevaardigde van de Ambassade van Brazilië. De in dit boek gepresenteerde hydrografische atlas van Nederlands-Brazilië is een onbekende manuscriptatlas die zich in het Nationaal Archief te Den Haag bevindt en lange tijd aan de aandacht van historici is ontsnapt. Deze atlas bevat een aantal gedetailleerde hydrografische kaarten, aanzichten en beschrijvingen van de Braziliaanse kust. In Nederlands-Brazilië in kaart wordt deze unieke manuscriptatlas voor het eerst gepubliceerd. Daarnaast wordt uitvoerig ingegaan op de Nederlandse aanwezigheid in Brazilië en de schat aan kennis die dat heeft opgeleverd. Het boek is geschreven door Henk den Heijer, hoogleraar Maritieme Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, en Ben Teensma, deskundige op het gebied van Nederlands Brazilië. Rietsuiker wordt ook wel beschouwd als het witte goud van de zeventiende eeuw. De Portugese kolonie Brazilië was destijds ’s werelds belangrijkste producent van suikerriet, waarvan ter plaatse ruwe suiker voor de Europese markt werd gemaakt. Voor zo’n product waren honderden plantages, duizenden werkkrachten, veel schepen en natuurlijk Europese afnemers nodig. Zo waren Europa als consument, West-Afrika als slavenleverancier en Brazilië als suikerproducent nauw met elkaar verbonden. De winstgevende suikerproductie had de begeerte van de West-Indische Compagnie opgewekt. In 1630 veroverde de WIC de stad Recife, vanwaar zij haar macht over een groot deel van Noordoost-Brazilië wist uit te breiden. Maar voor een lucratieve suikerproductie, een effectieve defensie, een doeltreffende administratie en goede scheepvaartverbindingen tussen de kustplaatsen van de kolonie en Europa was kennis van land en bevolking onontbeerlijk. Zo ontstonden diverse handgeschreven Braziliaanse leeskaarten of routeboeken van de hoofdkaartenmaker Hessel Gerritsz en compagniedirecteur Johannes de Laet. Nederlands-Brazilië in kaart is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen in samenwerking met het Nationaal Archief te Den Haag. Uitgave Henk den Heijer en Ben Teensma, Nederlands-Brazilië in kaart. Nederlanders in het Atlantisch gebied, 1600-1650 Uitgeversmaatschappij Walburg Pers rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebonden ISBN 978.90.5730.774.4 prijs € 29,95 – 192 pagina's. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
Het slavenschip Leusden en de slavenhandelgeschiedenis van de WIC Op vrijdag 21 oktober aanstaande om 10.00 uur hoopt Leo Balai te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam op zijn onderzoek naar de geschiedenis van het slavenschip Leusden. Deze geschiedenis wordt beschreven aan de hand van de tien slaventochten die dit schip maakte en is onlosmakelijk verbonden met de slavenhandelgeschiedenis van de West-Indische Compagnie (WIC). Het proefschrift van Leo Balai heeft geresulteerd in de uitgave Het slavenschip Leusden. Slavenschepen en de West-Indische Compagnie, 1720-1738 en verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen. Op 1 januari 1738 verging voor de monding van de Marowijnerivier in Suriname het slavenschip Leusden van de West-Indische Compagnie (WIC). Van de 716 in Afrika ingescheepte gevangenen overleefden er slechts 16 de ramp. Hoewel het ongetwijfeld de grootste tragedie is uit de Nederlandse scheepvaarthistorie, is deze ramp vrijwel onbekend. De Leusden was een van de laatste WIC-schepen die slaven vervoerden en bovendien het enige dat exclusief voor dit doel werd ingezet. Per reis transporteerde het schip gemiddeld 660 slaven – geketend en dicht op elkaar liggend – naar het Caribisch gebied. Eenmaal op zee waren slavenschepen varende gevangenissen, waar een wreed regime heerste. Met name doordat ziekten vrij spel hadden in de ongezonde atmosfeer van de scheepsruimen, overleefden veel slaven de overtocht niet. Van haar eerste reis in 1720 tot aan haar ondergang in 1738 voerde de Leusden in totaal 10 slaventochten uit, waarbij slechts 73% van de 6.564 ingescheepte slaven levend de overzijde bereikte. Er is tot nog toe bijzonder weinig onderzoek gedaan naar de specifieke schepen die de transatlantische slavenhandel mogelijk maakten. Anders dan tot nu toe aangenomen blijkt dat er in Nederland schepen werden gebouwd die speciaal bestemd waren voor de slavenhandel. Leo Balai ontdekte diverse tot nog toe onbekende bronnen, waarin over het feitelijke reilen en zeilen aan boord van slavenschepen wordt verhaald. Ook wordt ingegaan op de niet eerder beschreven rol van vrije Afrikanen aan boord van Nederlandse slavenschepen. Leo Balai (Paramaribo, 1946) is na zijn juridische opleiding zowel als zelfstandig ondernemer als in dienstverband op verschillende gebieden werkzaam geweest. Momenteel verzorgt hij diverse vaardigheidstrainingen. Uitgave Leo Balai, Het slavenschip Leusden. Slavenschepen en de West-Indische Compagnie, 1720 -1738, genaaid gebrocheerd, geïllustreerd in zwart-wit, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.729.4, prijs € 34,50 368 pagina's. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
De VOC in India Een reis langs Nederlands erfgoed. India en Nederland onderhouden al meer dan vierhonderd jaar intensieve handels- betrekkingen. Uit deze handelsbetrekkingen ontstond geleidelijk een belangstelling voor de Indiase cultuur en vervolgens een uitwisseling en verbondenheid tussen beide culturen. De overgebleven handelsposten, forten en archieven in India getuigen van de verbondenheid tussen beide culturen en zijn daarom van grote waarde. In de rijk geïllustreerde uitgave De VOC in India. Een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen brengt onderzoeker en India-specialist Bauke van der Pol voor het eerst al dit VOC-erfgoed in India bijeen. Het boek – een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – wordt gepresenteerd op vrijdagmiddag 21 oktober 2011 tijdens de India Erfgoeddag in het Nationaal Archief te Den Haag. Deze dag wordt georganiseerd door het CIE – Centre for International Heritage Activities in samenwerking met het Nationaal Archief en Universiteit Leiden. Judith van Kranendonk, directeur-generaal Cultuur en Media, Ministerie van OCW zal het eerste exemplaar van De VOC in India overhandigen aan Hare Excellentie Ms. Bhaswati Mukherjee, Ambassadeur van India in Nederland. De Verenigde Oostindische Compagnie wordt vaak geassocieerd met Indonesië, China en Japan. Maar in India bestreek de VOC een gebied, groter dan alle andere VOC-gebieden in Azië samen. De Compagnie was van 1604 tot 1795 actief in India. De Nederlandse handelsband met India is dan ook veel ouder dan die met bijvoorbeeld Australië of de VS. Toch is lang niet bij iedereen bekend dat er rond de hele kustlijn, van Surat tot Calcutta, Nederlandse overblijfselen uit 17de en 18de eeuw te vinden zijn. Als een gids leidt Van der Pol de lezer langs vestingen, buitenhuizen, pakhuizen, factorijen en prachtige begraafplaatsen met unieke grafmonumenten. Aan de hand van oude afbeeldingen en hedendaagse foto’s laat hij zien hoe de Nederlandse vestingen eruit zagen en wat daarvan vandaag de dag nog terug te vinden is in het Indiase landschap. Hij vertelt hoe de Nederlanders in de verschillende regio’s van India terechtkwamen en legt uit hoe hun relatie was met maharadja’s en andere Indiase machthebbers. Hij beschrijft de kostbare handelswaar die de Nederlanders zo ver van huis bracht en laat zien hoe hedendaagse Indiërs omgaan met de sporen die deze vreemdelingen in hun land achterlieten. Cultureel antropoloog Bauke van der Pol (1952) beschikt over ruim 35 jaar kennis en ervaring van India en legde zich toe op het onderzoek naar Nederlands cultureel erfgoed in dit land. Uitgave Bauke van der Pol, De VOC in India. Een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebonden, ISBN 978.90.5730.715.7, prijs € 34,50 – 208 pagina's. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
VOC-kunst in het Rijksmuseum Aziatische kostbaarheden belicht in boekuitgave. Dinsdag 11 oktober 2011 om 17.00 uur wordt de boekuitgave Aziatische Weelde. VOC-kunst in het Rijksmuseum gepresenteerd in het academisch-cultureel centrum Spui25 te Amsterdam. Het boek biedt een overzicht van de diverse typen Aziatische kostbaarheden – van authentieke gebruiksvoorwerpen tot verwesterde exportkunst – die schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in de 17de en 18e eeuw vanuit Azië naar Nederland brachten. Aziatische Weelde is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen in samenwerking met het Rijksmuseum te Amsterdam en is geschreven door Jan van Campen, conservator Aziatische exportkunst, en Ebeltje Hartkamp-Jonix, voormalig conservator textiel. Toen de VOC in 1602 werd opgericht, vestigde de onderneming in hoog tempo handels- posten in heel Azië. Zij zorgde voor scheepvaartverbindingen – zowel tussen de landen onderling als met Nederland – en voerde in een constante stroom grote hoeveelheden specerijen, thee, porselein en Indiase katoen aan. Deze ‘koopmanschappen’ uit Azië waren zeer in trek en hadden in Europa een blijvende invloed op eetgewoonten en het gebruik van kleding- en interieurstoffen. Daarnaast hielden VOC-employees er niet zelden een privéhandeltje op na in uiteenlopende, relatief dure producten van Aziatische handwerkslieden. Ze lieten deze vaak op bestelling maken om ze vervolgens – al dan niet als smokkelwaar – door VOC-schepen naar Nederland te laten vervoeren. Dit kostbare oosterse kunsthandwerk oogstte zo veel bewondering dat vanuit heel Europa liefhebbers naar Nederland kwamen om deze exotische voorwerpen te bemachtigen. Aziatische kunst was een bron van inspiratie voor westerse ambachtslieden en speelde bovendien een belangrijke rol in de Europese oriëntatie op de wereld. Desondanks voelden Europeanen al snel de behoefte om het uiterlijk van de producten naar hun hand te zetten. Zo ontstond een boeiende mengeling van culturen. Het Rijksmuseum in Amsterdam beschikt over schitterende voorbeelden van kostbare privébestellingen uit China, Japan, India, Ceylon en Indonesië. De mooiste daarvan worden belicht in Aziatische Weelde. Van deze titel verschijnt eveneens een Engelstalige editie, Asian Splendour. Company Art in the Rijksmuseum. Uitgave Jan van Campen & Ebeltje Hartkamp-Jonxis, Aziatische Weelde. VOC-kunst in het Rijksmuseum, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd, ISBN 978.90.5730.741.6, prijs € 24,95 – 96 pagina's. Engelstalige editie: Asian Splendour. Company Art in the Rijksmuseum, ISBN 978.90.5730.742.3, prijs € 24,95. |
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 E-mail: publiciteit@walburgpers.nl Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet Lees website |
|
Geschedenis van de VOC Van dit boek ontvingen wij alleen een .pdf file aankondiging De aankondiging Voor informatie Walburg Pers |
|
|
Nieuwe uitgave over transportrevolutie en mobiliteitsexplosie De ontwikkeling van transport en mobiliteit in Nederland in de 19de en 20ste eeuw De boekuitgave Van transport naar mobiliteit – bestaande uit twee delen – werd gepresenteerd in het Spoorwegmuseum te Utrecht. Het eerste deel beschrijft de transportrevolutie (1800-1900), het tweede deel omvat de mobiliteitsexplosie (1900-2000). De boeken zijn geschreven door dr. ir. Ruud Filarski en dr. ing. Gijs Mom en verschijnen bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers in opdracht van Rijkswaterstaat onder auspiciën van de Stichting Historie der Techniek. In Van transport naar mobiliteit gaan Ruud Filarski en Gijs Mom in op actuele vragen als, waarom worstelen steeds meer forensen dagelijks met overvolle treinen en lange files? Hoe komt het dat Nederland een unieke plaats inneemt binnen Europa als het gaat om vrachtvervoer over onze waterwegen? Waarom steggelen nu al twee generaties Nederlanders over de uitbreidingsplannen van Schiphol? Is de fiets trouwens een typisch Nederlands vervoermiddel? En stappen we naar Amerikaans voorbeeld steeds vaker in de auto? Daartoe analyseren zij in hun twee eeuwen omvattende studie voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis de langetermijnontwikkelingen van het Nederlandse verkeer en vervoer. Het resultaat zijn twee boekdelen met veel nieuw onderzoek en nog niet eerder gepubliceerde feiten. In het eerste deel, De transportrevolutie (1800-1900), komen de unieke 19de-eeuwse combinaties van stoomtreinen/paardenkracht en stoomboten/zeilschepen aan bod. Tijdens de Industriële Revolutie ontstonden moderne, uitgebreide netwerken van spoor- en tramwegen, rivieren, kanalen en straatwegen, die geschikt waren voor het vervoer van goederen en mensen. Belicht worden de gebruikers, ondernemers en tegenstanders van de nieuwe vervoersmiddelen, het overheidsbeleid, alsook de economische en ruimtelijke effecten. In het tweede deel, De mobiliteitsexplosie (1900-2000), ligt het accent op nieuwe vervoersvormen als de fiets, de (vracht)auto, bestelwagen en bus. Ook de luchtvaart en de modernisering van het spoorwegsysteem en de binnenvaart komen aan de orde. Bijzondere aandacht krijgen de bloei en afkalving van het tramnetwerk en de strijd tussen weg en spoor in het Interbellum. Daarnaast komt de gebruikscultuur van fiets en auto, inclusief de neerslag daarvan in de Nederlandse literatuur, ruim aan bod – van de eerste autobezitters tot de Amsterdamse brozems. Boekgegevens: Dr.ir. Ruud Filarski en dr.ing. Gijs Mom, Van transport naar mobiliteit. Deel 1: De transportrevolutie (1800-1900). Deel 2: De mobiliteitsexplosie (1900-2000), Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.530.6 (set), ISBN 978.90.5730.450.7 (deel 1), ISBN 978.90.5730.451.4 (deel 2), prijs per deel € 49,50, setprijs € 89,00 – 480 pagina's per deel. Uitgeverij Walburg Pers |
|
Een eeuw Nederlandse jachten
Ontwerp en bouw van zeil- en motorjachten Vrijdag 9 november 2007 verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers het boek Nederlandse Jachten (1875-1975). Ontwerp en bouw van zeil- en motorjachten samengesteld door Elisabeth Spits, conservator van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam. Nederlandse jachten 1875-1975 geeft een overzicht van de zeil- en motorjachten, getekend door Nederlandse ontwerpers en gebouwd op Nederlandse werven. Het merendeel van de besproken schepen was bedoeld voor het Nederlandse vaargebied. Het waren bijna altijd toerjachten voor gezinnen, maar soms werd er ook een wedstrijd mee gezeild. Aan bod komen de meest in het oog springende jachten van N. Bernhard, J.P.G. Thiebout, G.A. Kroes, H.C.A. van Kampen, H.W. de Voogt, G. de Vries Lentsch jr & sr en W. de Vries Lentsch jr & sr, G.W.W.C. baron van Höevell en E.G. van de Stadt. Hun werk is representatief voor een eeuw moderne jachtbouw. De periode 1875-1975 vormt het hoogtepunt van de Nederlandse moderne jachtbouw. Tot halverwege de negentiende eeuw overheersten de traditionele ronde- en platbodemjachten. Rond 1850 kwamen de eerste scherpe zeiljachten op het water en een halve eeuw later brak de motorboot door. Het bezit van een jacht werd voor veel meer mensen bereikbaar. Steeds meer gezinnen brachten hun weekenden en vakanties op het water door. Jachtbouwers en - ontwerpers stemden hun schepen af op deze nieuwe gebruikers. In de loop van de jaren dertig van de 20ste eeuw nam gaandeweg het aanbod van handzame en betaalbare motor- en zeiljachten toe. Door nieuwe bouwmaterialen, zoals polyester, raakte vanaf circa 1960 seriebouw steeds meer in zwang, waardoor jachten goedkoper geproduceerd konden worden. De recreatiemarkt werd dan ook overspoeld met nieuwe zeil- en motorjachten, waarvan tot begin jaren zeventig het merendeel afkomstig was uit Nederland. Daarna ging de import van polyester jachten uit het buitenland overheersen. De uitgave is tot stand gekomen in samenwerking met de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum en de Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam. E. Spits, Nederlandse Jachten (1875-1975). Ontwerp en bouw van zeil- en motorjachten Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd ISBN 978.90.5730.507.8, prijs € 19,95 – 128 pagina's. |
|
VOC-kaarten Maritiem Museum Rotterdam
bijeengebracht in boekuitgave Donderdag 15 november verschijnt het Zeekaartenboek. Vroege zeekaarten uit de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam onder hoofdredactie van Sjoerd de Meer, conservator cartografie van het Maritiem Museum Rotterdam. In dit boek staat de Nederlandse maritieme cartografie vanaf de zestiende tot in de achttiende eeuw centraal. Uitgebreid wordt aandacht besteed aan de Corpus Christi collectie die onlangs door het Maritiem Museum Rotterdam is verworven. Het Zeekaartenboek is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen. Oude zeekaarten zijn een lust voor het oog. Vooral de met de hand getekende exemplaren op perkament of papier, voorzien van fraaie details, zoals kompasrozen, kompaslijnen en landverkenningen in de vorm van steden en bergen. Voor de zeeman was een kaart echter vóór alles een onontbeerlijk hulpmiddel om veilig zijn bestemming te bereiken. De bloeitijd van de Nederlandse maritieme cartografie neemt een aanvang met de eerste moderne zeeatlas van Lucas Jansz. Waghenaar uit 1584, genaamd Spieghel der Zeevaerdt. Deze beperkt zich nog tot West-Europa, maar niet lang daarna verschijnen de eerste kaarten van niet-Europese wateren, samengesteld door Petrus Plancius. De zeventiende eeuw wordt bepaald door het werk van het kaartenmakersgeslacht Blaeu; Willem Jansz. Blaeu en diens zoon en kleinzoon Joan Blaeu I en II. Uitgevershuis Van Keulen is actief tot diep in de achttiende eeuw en sluit de bloeitijd van de maritieme cartografie af met de prachtigste zeekaarten van alle gebieden op aarde. Het Zeekaartenboek toont de Nederlandse maritieme cartografie vanaf de zestiende tot en met de achttiende eeuw. Voor de vele illustraties is er rijkelijk geput uit de internationaal vermaarde kaartencollectie van het Maritiem Museum Rotterdam. Aanleiding voor deze uitgave vormt de terugkeer uit Engeland van de Corpus Christi Collectie: een verzameling unieke VOC-kaarten, die het MMR onlangs aan haar collectie wist toe te voegen. Sjoerd de Meer, Het zeekaartenboek. Vroege zeekaarten uit de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd ISBN 9978.0.5730.475.0, prijs € 19,50 – 128 pagina's. |
|
Pioniers van de Gouden Eeuw Half november 2007 verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers het boek Pioniers van de Gouden Eeuw geschreven door Gerben Graddesz Hellinga. In deze zeer rijk in kleur geïllustreerde uitgave komen spraakmakende personen aan bod, die ieder op hun eigen wijze hebben bijgedragen aan de expansie van ons land tot wereldmacht. Van kaartenmaker tot handelaar, van ontdekkingsreiziger of avonturier tot gouverneur of ambtenaar. Wie 'Gouden Eeuw' zegt, denkt aan de VOC, de welvaart door handel en nijverheid, de ontdekkingsreizen, de koloniale expansie en de ongekende bloei van kunst en wetenschappen. Er is geen ander tijdperk in de Nederlandse geschiedenis waarin tegelijkertijd zo veel uitzonderlijk begaafde personen op een zo klein oppervlak bij elkaar leefden. Barents en Coen, De Ruyter en Tasman, Huygens en Sweelinck, Vondel en Bredero, Rembrandt en Vermeer, Spinoza en Van Leeuwenhoek; een kleine greep uit de vele kopstukken van de Gouden Eeuw. Bij deze voorspoed speelden natuurlijk politieke en economische factoren een rol, maar er was nog een factor van belang. Juist in die tijd beschikte ons land over een aantal zeer ondernemende lieden, die nu nog onze bewondering verdienen voor hun moed, hun doorzettingsvermogen en hun vindingrijkheid. Het is zeer boeiend om te zien hoe een handjevol ondernemende en avontuurlijk ingestelde mannen ervoor kon zorgen dat de Nederlandse vlag op de kusten van alle werelddelen wapperde. Namen als Jan Pieterszoon Coen, Peter Stuyvesant, Jan van Riebeeck en Jacob van Heemskerck spreken nog steeds tot de verbeelding, maar ook andere, minder bekende maar even boeiende kleurrijke en soms controversiële mannen hebben, ieder op hun eigen wijze, bijgedragen aan de opbouw van het wereldrijk Nederland. Aan de hand van de levens en daden van deze pioniers behandelt Gerben Graddesz Hellinga alle facetten van de koloniale expansie van ons land tijdens de meest tot de verbeelding sprekende eeuw uit onze geschiedenis. Dr. Gerben Graddesz Hellinga (1938), van oorsprong psychiater, schrijft naast historische boeken (Zeehelden uit de Gouden Eeuw, Geschiedenis van Nederland) ook o.a. kinderboeken en science fiction. Gerben Graddesz Hellinga, Pioniers van de Gouden Eeuw, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, gebonden met stofomslag, ISBN 978.90.5730.480.4, prijs € 24,95; vanaf 01.01.2008 € 29,50 – 176 pagina's. |
|
* Bestemming New York De bijzondere geschiedenis van ms Zaandam Op 2 november is het 65 jaar geleden dat het Nederlandse koopvaardijschip Zaandam tot zinken werd gebracht. Mede naar aanleiding hiervan verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen het boek Bestemming New York. De bijzondere geschiedenis van ms Zaandam, 1939-1942 van de hand van Henk Top. De auteur reconstrueerde de belevenissen van de bemanning van de Zaandam aan de hand van brieven, dagboeken, krantenartikelen en gesprekken met nabestaanden. Op levendige wijze belicht hij in deze uitgave de rol van de Nederlandse koopvaardij in oorlogstijd. In 1939 wordt de Zaandam, een nieuw lijnschip van de Holland-Amerika Lijn (HAL) in gebruik genomen. De politieke spanningen in Europa zijn al voelbaar en de schepen van de HAL kunnen het aanbod van passagiers nauwelijks verwerken. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt halen Engelse, Franse en Duitse rederijen hun passagiersschepen uit de lijndiensten tussen Europa en de VS. Hoewel de risico’s steeds groter worden varen de Nederlandse maatschappijen door. De Zaandam wordt eind april 1940 naar Nederlands-Indië gedirigeerd, maar ook daar breekt de oorlog uit. Kapitein Stamperius weet een aanval van Japanse Zerojagers af te slaan en ontsnapt – met honderden evacués aan boord – aan de Japanse omsingeling van Java. Ook een hachelijke bevoorradingsmissie van het Britse leger in het Midden-Oosten brengt hij, ondanks de dreiging van Duitse U-boten, tot een goed einde. Op de terugreis naar New York gaat het echter mis. In november 1942 wordt de Zaandam getorpedeerd op 400 mijl uit de Braziliaanse kust. Stuurman Broekhof weet met 59 opvarenden in een lekke reddingsboot na acht dagen de kust van Brazilië te bereiken. Drie andere schipbreukelingen worden na 83 dagen uit zee opgepikt. Uiteindelijk blijken 134 bemanningsleden en passagiers van de Zaandam te zijn omgekomen. Henk Top MSc (1952) werkt bij de Politieacademie, maar begon zijn carrière op zee en in de Rotterdamse haven (stuurman bij Nedlloyd, reserve-officier, milieu-inspecteur). Maritieme geschiedenis blijft hem boeien. Henk Top, Bestemming New York. De bijzondere geschiedenis van ms Zaandam (1939 - 1942) Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, geïllustreerd in zwart-wit, genaaid gebrocheerd ISBN 978.90.5730.516.0, prijs € 19,95 – 208 pagina's. |
|
* Strijd om de VOC-miljoenen Slag in de haven van het Noorse bergen onderwerp van boekuitgave Donderdag 18 oktober 2007 verscheen bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen – mede ter gelegenheid van het Michiel de Ruyterjaar – het boek Strijd om de VOC-miljoenen. Slag in de haven van het Noorse Bergen, 12 augustus 1665 geschreven door Michael Breet. De retourvloot onder commando van Pieter de Bitter was een van de rijkste uit de geschiedenis van de VOC. Tijdens de thuisreis brak de Tweede Engelse Oorlog uit waardoor De Bitter moest uitwijken naar het Noorse Bergen, dat destijds in Deens bezit was. In deze verondersteld neutrale haven wachtte hij op een escorte van admiraal Michiel de Ruyter. De Engelse en Deense koningen sloten intussen echter een geheime overeenkomst. Een Engels eskader zou de vloot binnen die haven veroveren. De Noorse commandant zou geïnstrueerd worden om niet in te grijpen en de buit zou worden gedeeld. De koerier van dit bericht arriveerde echter pas in Bergen toen de Engelsen de aanval al hadden geopend. Tot hun verbazing kreeg de retourvloot volop steun uit de Noorse vestingwerken. Na vier uur hevige strijd sloegen de zwaargehavende Engelse schepen op de vlucht. De uitgeputte retourvloot won de slag van de zich oppermachtig wanende Engelse oorlogsvloot! Van deze opmerkelijke strijd bestaan diverse ooggetuigenverslagen. Om begrijpelijke redenen is er van Engelse zijde niet veel ruchtbaarheid aan gegeven, maar in Noorwegen en Nederland is er de nodige aandacht aan besteed. Michael Breet raadpleegde alle beschikbare bronnen over dit fascinerende voorval en presenteert in deze uitgave op levendige wijze de hoofdrolspelers, achtergronden en nasleep van de slag in de haven van Bergen. Michael Breet (1932) legde zich na zijn veelzijdige maritieme carrière toe op de maritieme en koloniale geschiedenis van Nederland. Eerder hertaalde hij Wouter Schoutens ‘Oost- Indische voyagie’. Michael Breet, Strijd om de VOC-miljoenen. Slag in de haven van het Noorse Bergen, 12 augustus 1665 Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, geïllustreerd in zwart-wit, genaaid gebrocheerd ISBN 978.90.5730.468.2, prijs € 19,50 – 176 pagina's. |
|
Terugkeer naar Nova Zembla
De laatste en tragische reis van Willem Barents zomer 2007 ontvangen In 2007 is het vierhonderd jaar geleden dat Jacob Heemskerck stierf als admiraal in de Slag bij Gibraltar, waarmee de Nederlandse Republiek in een klap de maritieme reputatie verwierf die de Gouden eeuw glans zou geven. Heemskerck werd dan ook de eerste admiraal in een lange cultus en kreeg een praalgraf in de Oude Kerk in Amsterdam. Jacob Heemskerck is beter bekend als de leider van de beroemde expeditie naar Nova Zembla, de expeditie die met Willem Barents overwinterde in het Behouden Huys (1596 -1597). Het bekende, meer dan vierhonderd jaar oude verhaal van opvarende Gerrit de Veer beschrijft het wedervaren van de Nederlandse schipbreukelingen op de ijzige kust van het pooleiland. Het bevat een rijkdom aan indrukken en geestigheden, en vele verwijzingen naar de eigenaardigheden van die tijd. In de 21ste eeuw is het verhaal van de overwintering op Nova Zembla een monument voor de ijzige wildernis die het poolgebied in de afgelopen eeuwen was en die nu met het smelten van de poolkap dreigt te verdwijnen. Bij gelegenheid van het Vierde Internationale Pooljaar (2007-2009) verschijnt eind september 2007 bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen het boek Terugkeer naar Nova Zembla. De laatste en tragische reis van Willem Barents. In deze uitgave belicht JaapJan Zeeberg de motivatie van 16de-eeuwse ondernemers en wetenschappers om een vaarroute over de Noordpool naar Azie te ontdekken en de middelen die zij tot beschikking hadden. Centraal staat de vraag wat het verhaal van Gerrit de Veer ons in de 21ste eeuw nog kan vertellen. Hoe werd het in de afgelopen eeuwen gelezen, en hoe heeft het de poolreizigers beinvloed die na Willem Barents op zoek gingen naar de gedroomde verten? Terugkeer naar Nova Zembla presenteert het originele, 16de-eeuwse verhaal met verschillende achtergronddocumenten en de resultaten van archeologisch onderzoek. Hoewel de schipbreuk op Nova Zembla een ongeluk was – uit onderzoek blijkt dat het schip op de klippen is gelopen – waren de Nederlanders op een overwintering voorbereid. Mogelijk heeft het ontwerp van het Behouden Huys klaargelegen en waren ook extra bouwmaterialen aan boord. JaapJan Zeeberg beschrijft de culturele dynamiek van het vroegmoderne Amsterdam, de rol van de ondernemers en dominees bij oprichting van de VOC, het lot van het schip, en het ‘Gulden Snede’ principe dat door de schipbreukelingen werd toegepast bij de bouw van het Behouden Huys. De uitgave is rijk geillustreerd met historisch beeldmateriaal – zoals kaarten van Mercator, prenten en objecten – maar ook met moderne satellietbeelden, landschapsfoto's en reconstructietekeningen. Dr. JaapJan Zeeberg (1967) promoveerde als fysisch geograaf in Chicago en werkte veelvuldig in het poolgebied. Hij nam deel aan historisch-archeologische expedities naar Nova Zembla in 1995, 1998 en 2000. JaapJan Zeeberg, Terugkeer naar Nova Zembla. De laatste en tragische reis van Willem Barents, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geillustreerd in kleur en zwart-wit, gebonden met stofomslag, ISBN 978.90.5730.489.7, prijs Euro 24,95 – 256 pagina's. |
|
Een eeuw dynamiek in de Rotterdamse haven
Jubileumuitgave Scheepvaartvereniging Zuid Zomer 2007 ontvangen De Scheepvaartvereniging Zuid, Havenondernemersvereniging Rotterdam bestaat dit jaar honderd jaar. Naar aanleiding van dit jubileum verschijnt de uitgave In het belang van de haven. Een eeuw Scheepvaartvereniging Zuid van de hand van Matthijs Dicke, Paul van de Laar en Annelies van der Zouwen. Het boek wordt donderdag 20 september 2007 in Rotterdam – op de dag af 100 jaar na de oprichtingsvergadering – gepresenteerd in gebouw ‘Las Palmas’ tijdens de unieke foto- en filmtentoonstelling ‘Port Images’, een expositie over de ontwikkeling van de Rotterdamse haven. De uitgave verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers in samenwerking met onderzoeksbureau Stad en Bedrijf. In 1907 richtten 23 Rotterdamse havenondernemers een belangenvereniging op. De Scheepvaartvereniging Zuid (SVZ) had in de eerste plaats als doel stakingen te voorkomen en geschillen tussen werkgevers en werknemers in goede banen te leiden. In dit kader werd in 1908 de CAO – de eerste in Nederland – voor de haven geintroduceerd. Enkele jaren later werd een havenpool voor losse arbeiders ingesteld. De SVZ voerde een actief arbeidsvoorwaardenbeleid, vooral tijdens de wederopbouwperiode, toen er een groot tekort aan havenarbeiders heerste en een nieuwe visie op de arbeider ontstond. De vereniging richtte onder meer een vakopleiding op en zette maatschappelijk werksters in bij de zorg voor havenarbeidersgezinnen. In de jaren '60 verlegde de SVZ haar focus van sociale naar economische belangenbehartiging: infrastructuur en veiligheid, maar ook nieuwe onderwerpen als milieu, informatisering en de Europese concurrentiepositie. Vandaag de dag werkt de SVZ samen met de Stichting Europoort/Botlek Belangen onder de naam Deltalinqs. Deze rijk geillustreerde uitgave belicht de 100-jarige geschiedenis van de SVZ en plaatst haar uiteenlopende activiteiten in hun sociaal-economische context. Een eeuw dynamiek in de Rotterdamse haven. Matthijs Dicke, Paul van de Laar en Annelies van der Zouwen, In het belang van de haven. Een eeuw Scheepvaartvereniging Zuid, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.506.1, prijs Euro 29,90 – 196 pagina’s. |