Hèt blad voor de beroeps- en recreatievaartvaart

Ons toegezonden boekaankondigingen                      

Brieven en scheepspapieren uit de Europese handelsvaart
Deel 4 van het Sailing Letters Journaal

Woensdag 23 november 2011 wordt het vierde deel van het Sailing Letters Journaal, getiteld De gekaapte kaper.
Brieven en scheepspapieren uit de Europese handelsvaart gepresenteerd in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.
Het boek is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.
Ieder Sailing Letters Journaal bevat transcripties van opmerkelijke brieven en documenten, voorafgegaan door een uitgebreide toelichting.
Afbeeldingen van de originele brieven en documenten zijn te vinden op de bijbehorende dvd.
De journaals tonen de gevoelens van bevolkingsgroepen waarvan nauwelijks geschreven materiaal bewaard bleef.
De gekaapte kaper is geheel gewijd aan de Europese vaart, met onder andere verhalen over de handel op Riga, Turkije en Marokko, walvisvaart en kreeftenhandel.
In dit journaal worden vooral zakelijke documenten gebruikt en zijn de transcripties zoveel mogelijk in de lopende tekst verwerkt.

Nederland en Engeland hebben nogal wat zeeslagen met elkaar uitgevochten.
Over en weer werden schepen tot zinken gebracht of veroverd. Scheepsladingen werden, samen met de aanwezige post, tot ‘prijs’ verklaard.
De Engelsen maakten keurige beschrijvingen van de Nederlandse buit en de bemanningen van de gekaapte schepen werden uitvoerig verhoord.
De verslagen daarvan werden – samen met honderdduizenden in beslag genomen papieren – eeuwenlang bewaard, aanvankelijk in de donkere kelders en tochtige zolders van de Tower of London en later in The National Archives.
Niemand keek ooit om naar deze unieke verzameling, die meer dan 38.000 zakelijke en persoonlijke brieven bevat van en aan Nederlandse zeelieden, kooplieden en hun familie.
Veel van deze brieven bereikten nooit hun bestemming.
Sommige zijn tot op de dag van vandaag niet eens geopend.

Pas in 1980 werden deze Prize Papers door een Nederlandse onderzoeker ontdekt.
Het bestaan van deze archiefschat bleef echter slechts in kleine kring bekend.
Het project Sailing Letters wil daarin verandering brengen.
De omvang van het materiaal is indrukwekkend en uniek en de brieven zelf geven een goed beeld van het alledaagse leven in de 17de en 18de eeuw.

Eerder verschenen delen: De dominee met het stenen hart en andere overzeese briefgeheimen (1), De smeekbede van een oude slavin en andere verhalen uit de West (2), De voortvarende zeemans- vrouw.
Openhartige brieven aan geliefden op zee (3) Het project Sailing Letters is een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek in samenwerking met het Nationaal Archief, de Universiteit Leiden en de Samenwerkende Maritieme Fondsen.


Uitgave
Onder redactie van Erik van der Doe, Perry Moree en Dirk J. Tang, m.m.v. Peter de Bode, De gekaapte kaper.
Brieven en scheepspapieren uit de Europese handelsvaart,
Uitgeverij Walburg Pers,
geïllustreerd in kleur en zwart-wit,
genaaid gebonden,
ISBN 978.90.5730.772.0,
prijs € 19,95 – 144 pagina's.





Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet




Lees website
Hertaling eerste zeemanswoordenboek van het Nederlands


De Seeman (1681), samengesteld door Wigardus à Winschooten, is het eerste volwaardige zeemanswoordenboek van het Nederlands en tevens een van de geestigste en boeiendste woordenboeken van onze taal.
De Seeman bevat een keur aan woorden uit vaktalen, zeker niet alleen uit het zeewezen.
Op woensdag 23 november aanstaande wordt de hertaling in modern Nederlands, getiteld Seeman. Maritiem Woordenboek van Wigardus à Winschooten vanaf 13.30 uur gepresenteerd in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.
De hertaling is verzorgd door Hans Beelen, Ingrid Biesheuvel en Nicoline van der Sijs en wordt uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.
Bij de hertaling is gestreefd naar een prettige leesbaarheid voor een eigentijds publiek zonder dat de toon van het origineel verloren is gegaan.
Het rijk geïllustreerde boek is voorzien van trefwoordenregisters en een uitvoerige inleiding over leven en werk van de auteur.
Het boek bevat ook een cd-rom, waarop de hertaling, een diplomatische transcriptie en foto’s van de originele druk van de Seeman uit 1681 staan.
De Seeman is een uniek cultureel document, een spiegel van Nederland in de 17de eeuw.

De 17de-eeuwse geleerde schoolmeester Wigardus à Winschooten gaat in de Seeman op zoek naar de maritieme wortels van het Nederlands.
Hij leidt als eerste een groot aantal woorden, uitdrukkingen en spreekwoorden van de vaktaal der zeelui af.
Daardoor is de Seeman veel meer dan een praktisch naslagwerk voor zeelieden en scheepsbouwers.
Bij ieder woord worden afleidingen en samenstellingen vermeld, alsmede tal van vermakelijke uitdrukkingen en spreekwoorden.
Ook staat de auteur stil bij folklore en ambachten, bij dialecten en groepstalen, bijvoorbeeld van vrouwen.
Daardoor bevat de Seeman meer taalkundige informatie over het Nederlands dan enig ander woordenboek uit de renaissance

De cd-rom die bij het boek hoort bevat tevens de latere maritieme woordenlijsten en -boeken van onder andere Nicolaas Witsen (1690), Georgius van Zonhoven (1740) , J.P Sprenger van Eyk (1835 -1836), Jacob van Lennep (1856) en J. Pan (1857). Alle belangrijke oude bronnen van het nautische Nederlands zijn daarmee voor het eerst bijeengebracht en toegankelijk gemaakt: een schat aan informatie over onze taal, maar ook over scheepsbouw en scheepvaart.

Bij het boek hoort de site www.seeman.nl, waar de lezer de mogelijkheid heeft, drie eeuwen zeemanswoordenschat zelf vergelijkend te onderzoeken.


Uitgave
Hertaald en ingeleid door Hans Beelen, Ingrid Biesheuvel en, Nicoline van der Sijs, Seeman.
Maritiem Woordenboek van Wigardus à Winschooten,
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
rijk geïllustreerd in kleur en zwart-wit,
genaaid gebonden + cd-rom,
ISBN 978.90.5730.722.5,
prijs € 39,50 – 328 pagina's.





Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet




Lees website
Dirk Hendrik Kolff (1761-1835)
Een maritiem zelfportret

Zaterdagmiddag 5 november 2011 wordt het boek Driftig van spraak, levendig van gang.
Herinneringen van marineofficier Dirk Hendrik Kolff (1761-1835) om 14.00 uur gepresenteerd in Muzee Scheveningen te Den Haag.
Het boek is bezorgd en ingeleid door Vincent A.J. Klooster en Dirk H.A. Kolff.
Dirk Hendrik Kolff werd in 1779 adelborst bij de Admiraliteit van Amsterdam, maakte in 1782 zijn?eerste zeereis, verkreeg in 1797 de rang van kapitein-ter-zee en verliet in 1817, eerder dan hijzelf wilde, de zeedienst.
In de slotfase van zijn leven zette hij op papier hoe zijn loopbaan bij de marine verlopen was.
De tekst is levendig geschreven en de auteur is daarin open over zijn eigen zwakheden en momenten van ongelukkig handelen.
De nadagen van de Republiek, de Bataafs-Franse tijd en het herstel van de onafhankelijkheid trekken aan de lezer voorbij.
Driftig van spraak, levendig van gang is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers en verschijnt als deel 110 in de reeks Werken van de Linschoten-Vereeniging.


Dit maritieme zelfportret van Dirk Hendrik Kolff (1761-1835) bestrijkt zijn 38 actieve jaren in dienst van de zeemacht van achtereenvolgens de Republiek onder stadhouder Willem V, de Bataafse Republiek, de nieuwe soevereine staat van 1813 en het Koninkrijk van 1815.
Kolff legde op levendige wijze zijn meest curieuze herinneringen vast: als jong luitenant met het eskader van Van Braam naar Indië, aan de gevechten in Maleisië en Riouw, aan Java en Ceylon en aan zijn latere belevenissen op de rede van het Ottomaanse Smyrna.
Hij vertelt over zijn eigen rol bij de dramatische gebeurtenissen van de jaren 1794-1795, als de oude Republiek ineenstort.
Hij beschrijft de slag bij Kamperduin in 1797, die hij als commandant meemaakte, en doet verslag van de overgave in 1799 van het eskader in de Vlieter aan de Engelsen.
Uit deze cruciale periode uit de geschiedenis van Nederland als zeevarende natie zijn vrijwel geen persoonlijke verhalen bekend.
Boeiend is ook het relaas van Kolffs ontsnapping uit gevangenschap wegens vermeend hoogverraad en Oranjegezindheid tijdens de Vlieterepisode.
Maar er zijn ook lichtere momenten: zijn vriendschap met de olifanten Hans en Parkie die zijn schip in 1786 voor de menagerie van prins Willem V meebracht uit Ceylon en zijn verbazing over de snelheid waarmee enkele van zijn beschermelingen van lage rang in deze revolutionaire tijd de politieke top bereiken.

Vincent A.J. Klooster (1957) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.
Hij is eigenaar van het bureau voor archiefbewerking Lias te Den Haag.
Dirk H.A. Kolff (1938) studeerde geschiedenis, promoveerde op een studie naar de prekoloniale militaire arbeidsmarkt in Noord-India en was tot 2003 hoogleraar Geschiedenis van Zuid-Azië aan de Universiteit Leiden.
Hij is archivaris van de Familievereniging Kolff.


Uitgave
Bezorgd en ingeleid door Vincent A.J. Klooster en Dirk H.A Kolff, Driftig van spraak, levendig van gang.
Herinneringen van marineofficier Dirk Hendrik Kolff (1761-1835),
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
ISBN 978.90.5730.724.9,
prijs € 29,95 – 224 pagina's.





Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet




Lees website
Vier eeuwen vreedzame Nederlands-Engelse maritieme interactie

Wapengekletter, kanonnengebulder en economische concurrentie.
De maritieme band tussen Nederland en Engeland lijkt in de literatuur vaak alleen te bestaan uit oorlogvoering of competitie tussen de VOC en de East-India Company.
De uitgave Nederland-Engeland.
Reflecties over zee neemt voor de verandering niet de strijd onder de loep, maar uiteenlopende vormen van samenwerking tussen beider landen van de 17de tot en met de 20ste eeuw. Want die is het bekijken waard!


Nederland-Engeland – onder redactie van Irene Jacobs en Joost Schokkenbroek – is een gezamenlijke productie van het Maritiem Museum Rotterdam en Het Scheepvaart- museum en wordt uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.
Op vrijdagmiddag 11 november 2011 wordt het boek gepresenteerd tijdens het jaarlijkse Museumsymposium van Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam.
De uitgave vormt een podium voor de uitmuntende museale collecties èn voor de deskundigheid van de conservatoren van beide musea.
Opmerkelijke, kleurrijke en unieke museumstukken zijn het uitgangspunt voor zeventien boeiende bijdragen over vier eeuwen vreedzame Nederlands-Engelse maritieme interactie.

Vraag een willekeurige voorbijganger op straat wat hij of zij weet over de maritieme relaties tussen Nederland en Engeland en de kans is erg groot dat hij eerder de overwinningen van De Ruyter noemt dan de grote invloed die Engelse scheepsbouwmeesters aan het begin van de achttiende eeuw op de ontwikkelingen in de Nederlandse scheepsbouw hebben gehad.
In ieder geval zal men niet snel bedenken dat tussen de buurlanden – slechts gescheiden door een betrekkelijk smal stuk Noordzee – naast enkele jaren van intense, bittere strijd op zee, langere periodes zijn geweest van vreedzame interactie.
De twee maritieme naties beïnvloedden elkaar in tijden van vrede én oorlog op cultureel, economisch en wetenschappelijk gebied.
Van de Hollandse zeeschilder Willem van de Velde tot de Schotse ingenieur Duncan Christie - schilders, schrijvers, cartografen, scheepsbouwers, vissers, technici en (Olympische) watersporters weten elkaar te vinden en wisselen kennis, expertise en vaardigheden uit.
Beide landen spiegelen zich aan elkaar.
Dit verklaart de dubbelzinnigheid in de subtitel van dit nieuwe Jaarboek: die reflecties gingen over zee, heen en weer.
Echter, reflecties in de engere betekenis – gedachten, overpeinzingen, ideeën – waarin de zee een prominente plaats inneemt, komen evenzeer aan bod.



Uitgave
Onder redactie van Irene Jacobs en Joost Schokkenbroek, Nederland - Engeland.
Reflecties over zee,
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd,
ISBN 978.90.5730.773.7,
prijs € 24,95 – 128 pagina's.





Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet




Lees website
Nederlands-Brazilië in kaart
Belangrijke manuscriptatlas voor het eerst gepubliceerd

Op donderdag 3 november 2011 organiseert het Nationaal Archief The Atlantic Day in het West Indisch Huis aan de Herenmarkt in Amsterdam.
Deze dag wordt georganiseerd ter ere van het feit dat de archieven van de West-Indische Compagnie (WIC) zijn toegevoegd aan het UNESCO Memory of the World Register – de lijst waarop documentair erfgoed staat met een uitzonderlijke betekenis voor de wereld.
In het kader hiervan wordt tijdens de Atlantische dag het boek Nederlands-Brazilië in kaart.
Nederlanders in het Atlantisch gebied, 1600-1650 gepresenteerd.
Het eerste exemplaar zal worden overhandigd aan mevrouw Elizabeth-Sophie Mazzella di Bosco Balsa, afgevaardigde van de Ambassade van Brazilië.


De in dit boek gepresenteerde hydrografische atlas van Nederlands-Brazilië is een onbekende manuscriptatlas die zich in het Nationaal Archief te Den Haag bevindt en lange tijd aan de aandacht van historici is ontsnapt.
Deze atlas bevat een aantal gedetailleerde hydrografische kaarten, aanzichten en beschrijvingen van de Braziliaanse kust.
In Nederlands-Brazilië in kaart wordt deze unieke manuscriptatlas voor het eerst gepubliceerd.
Daarnaast wordt uitvoerig ingegaan op de Nederlandse aanwezigheid in Brazilië en de schat aan kennis die dat heeft opgeleverd.
Het boek is geschreven door Henk den Heijer, hoogleraar Maritieme Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, en Ben Teensma, deskundige op het gebied van Nederlands Brazilië.

Rietsuiker wordt ook wel beschouwd als het witte goud van de zeventiende eeuw.
De Portugese kolonie Brazilië was destijds ’s werelds belangrijkste producent van suikerriet, waarvan ter plaatse ruwe suiker voor de Europese markt werd gemaakt.
Voor zo’n product waren honderden plantages, duizenden werkkrachten, veel schepen en natuurlijk Europese afnemers nodig.
Zo waren Europa als consument, West-Afrika als slavenleverancier en Brazilië als suikerproducent nauw met elkaar verbonden.
De winstgevende suikerproductie had de begeerte van de West-Indische Compagnie opgewekt.
In 1630 veroverde de WIC de stad Recife, vanwaar zij haar macht over een groot deel van Noordoost-Brazilië wist uit te breiden.
Maar voor een lucratieve suikerproductie, een effectieve defensie, een doeltreffende administratie en goede scheepvaartverbindingen tussen de kustplaatsen van de kolonie en Europa was kennis van land en bevolking onontbeerlijk.
Zo ontstonden diverse handgeschreven Braziliaanse leeskaarten of routeboeken van de hoofdkaartenmaker Hessel Gerritsz en compagniedirecteur Johannes de Laet.

Nederlands-Brazilië in kaart is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen in samenwerking met het Nationaal Archief te Den Haag.


Uitgave
Henk den Heijer en Ben Teensma, Nederlands-Brazilië in kaart.
Nederlanders in het Atlantisch gebied, 1600-1650
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers
rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebonden
ISBN 978.90.5730.774.4
prijs € 29,95 – 192 pagina's.





Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet




Lees website
Het slavenschip Leusden en de slavenhandelgeschiedenis van de WIC

Op vrijdag 21 oktober aanstaande om 10.00 uur hoopt Leo Balai te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam op zijn onderzoek naar de geschiedenis van het slavenschip Leusden.
Deze geschiedenis wordt beschreven aan de hand van de tien slaventochten die dit schip maakte en is onlosmakelijk verbonden met de slavenhandelgeschiedenis van de West-Indische Compagnie (WIC).
Het proefschrift van Leo Balai heeft geresulteerd in de uitgave Het slavenschip Leusden.
Slavenschepen en de West-Indische Compagnie, 1720-1738 en verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.

Op 1 januari 1738 verging voor de monding van de Marowijnerivier in Suriname het slavenschip Leusden van de West-Indische Compagnie (WIC).
Van de 716 in Afrika ingescheepte gevangenen overleefden er slechts 16 de ramp.
Hoewel het ongetwijfeld de grootste tragedie is uit de Nederlandse scheepvaarthistorie, is deze ramp vrijwel onbekend.
De Leusden was een van de laatste WIC-schepen die slaven vervoerden en bovendien het enige dat exclusief voor dit doel werd ingezet.
Per reis transporteerde het schip gemiddeld 660 slaven – geketend en dicht op elkaar liggend – naar het Caribisch gebied.
Eenmaal op zee waren slavenschepen varende gevangenissen, waar een wreed regime heerste.
Met name doordat ziekten vrij spel hadden in de ongezonde atmosfeer van de scheepsruimen, overleefden veel slaven de overtocht niet.
Van haar eerste reis in 1720 tot aan haar ondergang in 1738 voerde de Leusden in totaal 10 slaventochten uit, waarbij slechts 73% van de 6.564 ingescheepte slaven levend de overzijde bereikte.
Er is tot nog toe bijzonder weinig onderzoek gedaan naar de specifieke schepen die de transatlantische slavenhandel mogelijk maakten.
Anders dan tot nu toe aangenomen blijkt dat er in Nederland schepen werden gebouwd die speciaal bestemd waren voor de slavenhandel.
Leo Balai ontdekte diverse tot nog toe onbekende bronnen, waarin over het feitelijke reilen en zeilen aan boord van slavenschepen wordt verhaald.
Ook wordt ingegaan op de niet eerder beschreven rol van vrije Afrikanen aan boord van Nederlandse slavenschepen.

Leo Balai (Paramaribo, 1946) is na zijn juridische opleiding zowel als zelfstandig ondernemer als in dienstverband op verschillende gebieden werkzaam geweest.
Momenteel verzorgt hij diverse vaardigheidstrainingen.


Uitgave
Leo Balai, Het slavenschip Leusden.
Slavenschepen en de West-Indische Compagnie, 1720 -1738,
genaaid gebrocheerd, geïllustreerd in zwart-wit,
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
ISBN 978.90.5730.729.4,
prijs € 34,50
368 pagina's.





Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet




Lees website
De VOC in India
Een reis langs Nederlands erfgoed.

India en Nederland onderhouden al meer dan vierhonderd jaar intensieve handels- betrekkingen.
Uit deze handelsbetrekkingen ontstond geleidelijk een belangstelling voor de Indiase cultuur en vervolgens een uitwisseling en verbondenheid tussen beide culturen.
De overgebleven handelsposten, forten en archieven in India getuigen van de verbondenheid tussen beide culturen en zijn daarom van grote waarde.

In de rijk geïllustreerde uitgave De VOC in India.
Een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen brengt onderzoeker en India-specialist Bauke van der Pol voor het eerst al dit VOC-erfgoed in India bijeen.
Het boek – een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – wordt gepresenteerd op vrijdagmiddag 21 oktober 2011 tijdens de India Erfgoeddag in het Nationaal Archief te Den Haag.
Deze dag wordt georganiseerd door het CIE – Centre for International Heritage Activities in samenwerking met het Nationaal Archief en Universiteit Leiden.
Judith van Kranendonk, directeur-generaal Cultuur en Media, Ministerie van OCW zal het eerste exemplaar van De VOC in India overhandigen aan Hare Excellentie Ms. Bhaswati Mukherjee, Ambassadeur van India in Nederland.

De Verenigde Oostindische Compagnie wordt vaak geassocieerd met Indonesië, China en Japan.
Maar in India bestreek de VOC een gebied, groter dan alle andere VOC-gebieden in Azië samen.
De Compagnie was van 1604 tot 1795 actief in India.
De Nederlandse handelsband met India is dan ook veel ouder dan die met bijvoorbeeld Australië of de VS.
Toch is lang niet bij iedereen bekend dat er rond de hele kustlijn, van Surat tot Calcutta, Nederlandse overblijfselen uit 17de en 18de eeuw te vinden zijn.

Als een gids leidt Van der Pol de lezer langs vestingen, buitenhuizen, pakhuizen, factorijen en prachtige begraafplaatsen met unieke grafmonumenten.
Aan de hand van oude afbeeldingen en hedendaagse foto’s laat hij zien hoe de Nederlandse vestingen eruit zagen en wat daarvan vandaag de dag nog terug te vinden is in het Indiase landschap.
Hij vertelt hoe de Nederlanders in de verschillende regio’s van India terechtkwamen en legt uit hoe hun relatie was met maharadja’s en andere Indiase machthebbers.
Hij beschrijft de kostbare handelswaar die de Nederlanders zo ver van huis bracht en laat zien hoe hedendaagse Indiërs omgaan met de sporen die deze vreemdelingen in hun land achterlieten.

Cultureel antropoloog Bauke van der Pol (1952) beschikt over ruim 35 jaar kennis en ervaring van India en legde zich toe op het onderzoek naar Nederlands cultureel erfgoed in dit land.


Uitgave
Bauke van der Pol, De VOC in India.
Een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen,
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
rijk geïllustreerd in kleur,
genaaid gebonden,
ISBN 978.90.5730.715.7,
prijs € 34,50 –
208 pagina's.





Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet




Lees website
VOC-kunst in het Rijksmuseum
Aziatische kostbaarheden belicht in boekuitgave.

Dinsdag 11 oktober 2011 om 17.00 uur wordt de boekuitgave Aziatische Weelde.
VOC-kunst in het Rijksmuseum gepresenteerd in het academisch-cultureel centrum Spui25 te Amsterdam.
Het boek biedt een overzicht van de diverse typen Aziatische kostbaarheden – van authentieke gebruiksvoorwerpen tot verwesterde exportkunst – die schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in de 17de en 18e eeuw vanuit Azië naar Nederland brachten.
Aziatische Weelde is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen in samenwerking met het Rijksmuseum te Amsterdam en is geschreven door Jan van Campen, conservator Aziatische exportkunst, en Ebeltje Hartkamp-Jonix, voormalig conservator textiel.
Toen de VOC in 1602 werd opgericht, vestigde de onderneming in hoog tempo handels- posten in heel Azië.
Zij zorgde voor scheepvaartverbindingen – zowel tussen de landen onderling als met Nederland – en voerde in een constante stroom grote hoeveelheden specerijen, thee, porselein en Indiase katoen aan.
Deze ‘koopmanschappen’ uit Azië waren zeer in trek en hadden in Europa een blijvende invloed op eetgewoonten en het gebruik van kleding- en interieurstoffen.
Daarnaast hielden VOC-employees er niet zelden een privéhandeltje op na in uiteenlopende, relatief dure producten van Aziatische handwerkslieden.
Ze lieten deze vaak op bestelling maken om ze vervolgens – al dan niet als smokkelwaar – door VOC-schepen naar Nederland te laten vervoeren.
Dit kostbare oosterse kunsthandwerk oogstte zo veel bewondering dat vanuit heel Europa liefhebbers naar Nederland kwamen om deze exotische voorwerpen te bemachtigen.
Aziatische kunst was een bron van inspiratie voor westerse ambachtslieden en speelde bovendien een belangrijke rol in de Europese oriëntatie op de wereld.
Desondanks voelden Europeanen al snel de behoefte om het uiterlijk van de producten naar hun hand te zetten.
Zo ontstond een boeiende mengeling van culturen.
Het Rijksmuseum in Amsterdam beschikt over schitterende voorbeelden van kostbare privébestellingen uit China, Japan, India, Ceylon en Indonesië.
De mooiste daarvan worden belicht in Aziatische Weelde.
Van deze titel verschijnt eveneens een Engelstalige editie, Asian Splendour. Company Art in the Rijksmuseum.


Uitgave
Jan van Campen & Ebeltje Hartkamp-Jonxis, Aziatische Weelde.
VOC-kunst in het Rijksmuseum, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd,
ISBN 978.90.5730.741.6,
prijs € 24,95 – 96 pagina's.
Engelstalige editie: Asian Splendour.
Company Art in the Rijksmuseum,
ISBN 978.90.5730.742.3, prijs € 24,95.




Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet



Lees website
Het Oosterdok - Verhalen van een Amsterdamse haven

De Vereniging Museumhaven Amsterdam (VMA) vormt al ruim 25 jaar een waardevolle en levende herinnering aan de eeuwenoude havenfunctie van het Oosterdok.
Het begon met het feit dat een groep enthousiaste eigenaren van historische vrachtschepen 25 jaar geleden de oostelijke tunnelpier tegenover het Scheepvaartmuseum kraakte en er met 20 varende monumenten de Museumhaven vestigde.
De schippers/eigenaren van de schepen zetten zich al jarenlang en met veel liefde in om hun schip in oorspronkelijke staat te herstellen, zodat ermee op de Nederlandse wateren gevaren kan worden.
De VMA is nu niet meer weg te denken uit het stadsgezicht van Amsterdam.
Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de VMA verschijnt de rijk geïllustreerde boekuitgave Het Oosterdok.
Verhalen van een Amsterdamse haven.
In het boek wordt het ontstaan en de ontwikkeling van het Oosterdok tot een belangrijke Amsterdamse haven ruimschoots beschreven.
De geschiedenis en betekenis van de VMA wordt verteld vanuit verschillende standpunten; de oprichter, de bewoner, de restaurateur en de visionair komen aan het woord.
En welke kansen bieden nieuwe stadsontwikkelingen voor de VMA?
Het Oosterdok – een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers – zal op vrijdagmiddag 13 mei worden gepresenteerd om 15.30 uur in het gebouw van ARCAM (Stichting Architectuurcentrum Amsterdam) aan de Prins Hendrikkade 600 te Amsterdam.
Het eerste exemplaar zal worden overhandigd aan Maarten van Poelgeest, wethouder van Ruimtelijke Ordening, Bouw en Woningtoezicht, Grondzaken, Klimaat en Energie van Amsterdam.

Het Amsterdamse Oosterdok was oorspronkelijk een met palen omgeven deel van het IJ, waarbinnen zeeschepen veilig konden liggen en waar de kostbaarheden van de Oostindiëvaarders werden overgebracht naar de VOC-pakhuizen.
Op het 17de-eeuwse eiland Kattenburg kreeg de admiraliteit een vaste plaats.
Het eigenlijke Oosterdok ontstond in 1832 door de aanleg van de Oosterdoksdam, waardoor de haven geen last meer had van het getij van de Zuiderzee.
Met de opening van het Noordzeekanaal beleefde het dok zijn glorietijd als drukbezochte zeehaven.
Door de eeuwen heen drong de stad zich steeds verder op.
Het water van het huidige Oosterdok wordt omringd door een curieuze verzameling historische gebouwen en moderne architectuur.
De meest ingrijpende verandering was wel de aanleg van de IJ-tunnel, waardoor het dok zijn economische functie verloor en verwerd tot decor van de nieuwe entree van de stad.
Temidden van alle drukte en nieuwbouw hield het verleden echter stand.

Met bijdragen van Henk Dessens (Scheepvaartmuseum Amsterdam), Maarten Kloos (ARCAM), Jerzy Gawronski (stadsarcheoloog), Peter Prins (historicus), Jowi Schmitz (schrijver), Jan Pieter Nepveu (journalist) en Siemon Tuinstra (Museumhaven Amsterdam).

Uitgave
Onder redactie van Titus Dekker, Het Oosterdok. Verhalen van een Amsterdamse haven,
Rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd,
ISBN 978.90.5730.723.2, prijs € 19,95 – 96 pagina's.




Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl



De voortvarende zeemansvrouw
Openhartige brieven aan geliefden op zee

Bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen verscheen het derde deel van de jaarlijks te verschijnen Sailing Letters Journaal, getiteld: De voortvarende zeemansvrouw.
Openhartige brieven aan geliefden op zee.
Ieder Sailing Letters Journaal bevat transcripties van opmerkelijke brieven en documenten, voorafgegaan door een uitgebreide toelichting.
Afbeeldingen van de originele brieven en documenten zijn te vinden op de bijbehorende dvd.
De journaals tonen de gevoelens van bevolkingsgroepen waarvan nauwelijks geschreven materiaal bewaard bleef.
Het derde deel laat zien hoe communicatie in het binnenland en later over zee plaatsvond en wat die communicatie inhield.
Het zijn egodocumenten die ons toegang geven tot de leefwereld van stuurlieden en hun achterblijvende echtgenotes.
Een goed voorbeeld is de vondst van de brieven die de jonge vrouwen De Cerff en Buijk aan hun zeevarende mannen stuurden.


Nederland en Engeland hebben nogal wat zeeslagen met elkaar uitgevochten.
Over en weer werden schepen tot zinken gebracht of veroverd.
Scheepsladingen werden, samen met de aanwezige post, tot ‘prijs’ verklaard.
De Engelsen maakten keurige beschrijvingen van de Nederlandse buit en de bemanningen van de gekaapte schepen werden uitvoerig verhoord.
De verslagen daarvan werden – samen met honderdduizenden in beslag genomen papieren – eeuwenlang bewaard, aanvankelijk in de donkere kelders en tochtige zolders van de Tower of London en later in The National Archives.
Niemand keek ooit om naar deze unieke verzameling, die meer dan 38.000 zakelijke en persoonlijke brieven bevat van en aan Nederlandse zeelieden, kooplieden en hun familie.
Veel van deze brieven bereikten nooit hun bestemming.
Sommige zijn tot op de dag van vandaag niet eens geopend.

Pas in 1980 werden deze Prize Papers door een Nederlandse onderzoeker ontdekt.
Het bestaan van deze archiefschat bleef echter slechts in kleine kring bekend.
Het project Sailing Letters wil daarin verandering brengen.
De omvang van het materiaal is indrukwekkend en uniek en de brieven zelf geven een goed beeld van het alledaagse leven in de 17de en 18de eeuw.

Het project Sailing Letters is een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek in samenwerking met het Nationaal Archief, de Universiteit Leiden en de Samenwerkende Maritieme Fondsen.

Uitgave
Bezorgd door Marijke van der Wal, onder redactie van Dirk Tang, Erik van der Doe en Perry Moree, De voortvarende zeemansvrouw.
Openhartige brieven aan geliefden op zee,
geïllustreerd in kleur en zwart-wit, genaaid gebonden,
ISBN 978.90.5730.704.1, prijs € 19,95 – 160 pagina's.




Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl



Atlantisch avontuur
Onder redactie van Piet Emmer, Henk den Heijer & Louis Sicking

De Nederlandse expansie in het westen

In het Atlantisch gebied waren Nederland en Frankrijk in zekere zin de verliezers.
Dat verklaart waarom de publieke belangstelling voor de vroege Atlantische geschiedenis in Nederland en Frankrijk zo gering is.
Toch heeft het Atlantische verleden in Nederland en Frankrijk de laatste jaren aan populariteit gewonnen door de aanwezigheid van grote groepen migranten uit het Caribisch gebied.
Deze betreft echter bijna exclusief de geschiedenis van de slavenhandel en de slavernij.
Dat zijn uiteraard belangrijke onderwerpen, die in de uitgave Atlantisch avontuur.
De Lage Landen, Frankrijk en de expansie naar het westen, 1500-1800 onder redactie van Piet Emmer, Henk den Heijer & Louis Sicking dan ook uitvoerig aan de orde komen, maar daarnaast laat deze uitgave zien dat de Nederlandse expansie veel meer thema's kent.
Het boek is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen en verschijnt in week 46.

In de loop van de 16de eeuw begon Europa met de exploitatie van gebieden rond de Atlantische oceaan.
Anders dan in Azië moesten Europeanen de productie van exportgoederen daar veelal zelf ter hand nemen.
In de Nieuwe Wereld kampten zij echter met een tekort aan arbeidskrachten.
Indianen stierven als vliegen aan de ziekten die de schepen meebrachten.
In Afrika was mankracht genoeg, maar daar hadden de Europeanen geen macht, omdat zij zelf niet bestand bleken tegen inheemse ziekten.
Deze paradox was zeer bepalend voor de ontwikkeling van de Atlantische economie tussen 1500 en 1800.
Van West-Afrika, Brazilië en de Caribische eilanden tot aan de oostkust van Noord-Amerika namen de Lage Landen actief deel aan de productie van en de handel in onder meer tabak, parels, bont, tropisch hout en slaven.
De kolonisatie lieten zij echter over aan Engelsen, Portugezen en Spanjaarden.
In de Atlantische economie waren Frankrijk en Nederland de minder sterke, en daarom op elkaar aangewezen partijen.
Zo waren Hollandse, Zeeuwse en Vlaamse schepen nodig voor het vervoer van suiker en koffie van de Franse Caribische plantages naar La Rochelle, Bordeaux en Marseille.
In deze rijk geïllustreerde uitgave wordt voor het eerst aandacht besteed aan deze economische verwevenheid, evenals aan de Atlantisch handelscontacten die Hugenoten en Portugese Joden – op hun vlucht voor geloofsvervolging – meenamen naar de Lage Landen.

De oorspronkelijke, Franse uitgave Les Pays-Bas et L’Atlantique werd volledig bewerkt, herschreven en opnieuw geïllustreerd voor een Nederlandstalig publiek.
De uitgave bevat bijdragen van een keur aan Nederlandse en Franse deskundigen op het gebied van de Atlantische maritieme geschiedenis.
De redactieleden, prof. dr. P.C. Emmer, prof. dr. H.J. den Heijer en dr. L.H.J. Sicking zijn deskundigen op het gebied van de Nederlandse Atlantische geschiedenis en gespecialiseerd in respectievelijk de slavenhandel en het Caribisch gebied, de WIC en de Europese handel en scheepvaart.

Onder redactie van Piet Emmer, Henk den Heijer & Louis Sicking, Atlantisch avontuur.
De Lage Landen, Frankrijk en de expansie naar het Westen, 1500–1800,


Prijs: € 39,50 - na 01.07.2011 wordt de prijs € 49,50
256 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur
genaaid gebonden
ISBN 978.90.5730.681.5


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Het journaal van Henricus Nijgh over de tweede Atjehexpeditie bewerkt en gepubliceerd
Onder redactie van Herman Stapelkamp

De boekuitgave Oorlog in Atjeh.

Het journaal van luitenant-ter-zee Henricus Nijgh, 1873-1874 is bezorgd en ingeleid door maritiem en koloniaal historicus Herman Stapelkamp.
Het manuscript is afkomstig uit de nalatenschap van de bekende dichter en liedjesschrijver Lennaert Nijgh (1945-2002).
Het journaal van Henricus Nijgh laat zien hoe hij als militair de harde werkelijkheid van de oorlog aan den lijve heeft ondervonden.
Oorlog in Atjeh bevat behalve Nijghs journaal een inleiding over met name de tweede Atjehexpeditie en over het leven van Henricus Nijgh, enkele kaartjes, een glossarium en diverse nog niet eerder gepubliceerde foto’s.
Deze uitgave verschijnt als deel 109 in de reeks Werken van de Linschoten- Vereeniging en wordt op zaterdag 6 november gepresenteerd in het museumrestaurant De Pappegay, gevestigd in het Schielandhuis te Rotterdam

Een belangrijk deel van zijn 34-jarige loopbaan bij de zeemacht verbleef luitenant-ter-zee Henricus Nijgh (1845-1917) in het roerige Atjeh, het onafhankelijke sultanaat waaraan Nederland in 1873 de oorlog verklaarde.
Het was de langste en wreedste oorlog die Nederland in drieëneenhalve eeuw koloniale heerschappij voerde.
Vele tienduizenden Europese en inheemse militairen en dwangarbeiders sneuvelden, raakten gewond of bezweken aan tropische ziekten.
De materiële schade in Atjeh was enorm. De Nederlandse regering schatte het aantal Atjehse doden op 60 à 70.000.
Vanuit eigen waarneming hield Nijgh een dagboek bij over deze nietsontziende oorlog.
Nijgh vervulde getrouw zijn plicht, maar was wel kritisch.
Waarachtig, Holland is te klein om oorlog te voeren!! noteerde hij.
Zijn journaal is uniek omdat het te velde is opgetekend én omdat aantekeningen van marineofficieren vrij zeldzaam zijn. Henricus Nijgh beschreef met veel treffende details de periode 10 augustus 1873 tot 10 januari 1874, toen hij na drie jaar onafgebroken dienst in Nederlands-Indië mocht repatriëren.
Hierdoor miste hij net de triomfantelijke verovering van de kraton van Atjeh, die veertien dagen later plaatsvond.

Herman Stapelkamp, Oorlog in Atjeh.
Het journaal van luitenant-ter-zee Henricus Nijgh, 1873-1874,


Prijs: € 27,50
216 pagina's, geïllustreerd
genaaid gebonden met stofomslag
ISBN 978.90.5730.694.5


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Op walvisjacht in Spitsbergen
Onder redactie van Louwrens Hacquebord

De nadagen van de Nederlandse walvisvaart

In konvooi met zo’n 200 andere schepen voer Fedde Jansz Visser vier jaar achtereen naar het noorden.
Tijdens deze gevaarlijke tochten hield hij steeds een journaal bij, waarin hij boeiende verhalen optekende over het ijs, de weersomstandigheden, walvissen, schepen en mensen.
Drie van deze scheepsjournalen bleven bewaard en kwamen uiteindelijk terecht in museum In ’t Houten Huis in De Rijp.
Het boek Op walvisjacht naar Spitsbergen.
Een hachelijke onderneming in de Noordelijke IJszee, 1774-1778 is een authentieke weergave van deze journalen én Vissers memoriaal.
Een uitgebreide inleiding van Louwrens Hacquebord plaatst de documenten in de context van het 18de-eeuwse walvisvaartbedrijf.

Op walvisjacht naar Spitsbergen – een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers – wordt gepresenteerd tijdens de opening van de Poolnacht van Groningen op zaterdag 13 november aanstaande om 15.00 uur in de aula van de Rijksuniversiteit Groningen.
De Poolnacht van Groningen wordt georganiseerd om de poolgebieden onder de aandacht van het publiek te brengen en vindt plaats van 15 november 2010 tot 15 januari 2011 – de periode dat de zon op de Noordpool niet meer boven de horizon uitkomt.

Fedde Jansz Visser was 20 toen hij voor het eerst naar Spitsbergen afreisde om op walvissen te jagen.
Hij was nog maar net stuurman en bereidde zich voor op deze tocht door gegevens over de baaien van Spitsbergen uit de atlas van Johannes van Keulen over te schrijven in een memoriaal.
Gewapend met deze kennis voer hij uit met het schip Weltevreede, waarop Cornelis de Leeuw uit Den Helder commandeur was.
De walvis was door de jacht al behoorlijk schuw geworden en verdween in het pakijs zodra een walvisvaarder in de buurt kwam.
De schepen zeilden daarom steeds verder het ijs in.
Soms té ver, waardoor een schip door het ijs werd gekraakt.
In 1777 vergingen op deze manier 14 schepen en kwamen honderden opvarenden om.
De bundel manuscripten van Fedde Jansz Visser heeft een bijzonder waarde als tijdsdocument.
Het memoriaal geeft een gedetailleerde beschrijving van de belangrijkste baaien van Spitsbergen dat door de Nederlandse walvisvaarders is verkend.
In de drie journalen wordt van dag tot dag beschreven hoe en onder welke omstandigheden de walvisvangst bij Spitsbergen werd uitgevoerd en geven een goed beeld van de activiteiten van een walvisvaarder in de nadagen van de Nederlandse walvisvaart.


Louwrens Hacquebord (1947) is hoogleraar Arctische en Antarctische studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als geograaf en archeoloog doet hij al ruim 30 jaar onderzoek in de poolgebieden.


Prijs: € 29,50
160 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur en zwart wit
genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.693.8


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Kapers en piraten, schurken of helden?
Onder redactie van Joost Schokkenbroek en Jeroen ter Brugge

De beeldvorming over kaapvaart en piraterij door de eeuwen heen

In de boekuitgave Kapers & Piraten. Schurken of Helden?, een gezamenlijk project van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Maritiem Museum Rotterdam, komen de verschillen aan de orde tussen kaapvaart en piraterij: gelegaliseerde versus illegale actie.
Het boek bestrijkt een periode van de oudheid tot nu, met als rode draad de vraag hoe er door de eeuwen heen tegen beide fenomenen werd aangekeken.
Welk imago hadden de kapers en piraten die Nederlandse schepen aanvielen?
En hoe was de beeldvorming over onze landgenoten die zelf als aanvaller optraden?
Kapers & Piraten is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen en wordt op donderdag 11 november 2010 gepresenteerd tijdens het jaarlijkse Museumsymposium van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam.
Kaapvaart en piraterij behoren zonder twijfel tot de meest populaire onderwerpen uit de maritieme geschiedenis.
Kapers en piraten zijn al jaren hot, niet alleen in buitenlandse publicaties (en kaskrakers uit Hollywood!), maar ook in meer populair-wetenschappelijke boeken en artikelen.
Over beide onderwerpen zijn boekenkasten vol geschreven.
Het boek Kapers & Piraten vormt een aangename uitzondering op de stroom van vaak stereotype boekwerken en artikelen over dit onderwerp.
Rode draad in dit boek is namelijk de beeldvorming over kaapvaart en piraterij – bedreven door of gericht tegen Nederlanders.
Dienen wij de hoofdrolspelers in de bijdragen te zien als Robin Hoods of als meedogenloze, door winstbejag gedreven criminelen?
Hoe deze helden of schurken vroeger en thans door hun eigen bevolking c.q. achterban werden en worden gezien, speelt hierbij een belangrijke rol.
Dat geldt uiteraard ook voor de andere partijen, de slachtoffers, die een heel ander perspectief hadden.
De rijke collecties van beide maritieme musea vormen het uitgangspunt voor dit boek.
Deskundige auteurs nemen de lezer mee in het kielzog van beroemde en minder beroemde zeerovers en kapers als Gillis Dornhoven, Piet Hein, Claas Compaen en Simon de Danser.
Op deze reis door de tijd worden ook de vele roversnesten ‘bezocht’.
Zo krijgt de lezer een kijkje in Duinkerken, het Caribische gebied, de Barbarijse staten, maar natuurlijk ook in Indonesië, de Zuid-Chinese Zee en het meest beruchte strijdtoneel van nu – Somalië.

Deze uitgave is samengesteld uit bijdragen van deskundigen, verbonden aan het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Maritiem Museum Rotterdam, en van experts van buiten deze twee musea. Met tekstbijdragen van Jeroen ter Brugge, Remmelt Daalder, Maartje van Gelder, Henk den Heijer, Wouter Heijveld, Marc Houben, Irene Jacobs, Sjoerd de Meer, Henk Slechte, Elisabeth Spits, Adri van Vliet en Diederick Wildeman.


Prijs: € 19,95
128 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur
genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.685.3


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
‘Het stond je zo schattig’ door Ignaz Matthey
De geschiedenis van het matrozenpakje

25 september j.l. verscheen bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers de boekuitgave ‘Het stond je zo schattig’.
Cultuurgeschiedenis van het matrozenpakje, geschreven door Ignaz Matthey. Centraal in het boek staan de sociale aspecten van deze kindermode.
In hoeverre was het matrozenpakje leeftijd-, sekse- en klassespecifiek?
Bij welke gelegenheid werd het gedragen?
Welke emoties wekte het bij kinderen en volwassenen op? Waaraan dankte het pakje zijn enorme populariteit?
Is de matrozendracht uit de mode geraakt omdat men erop was uitgekeken of zat daar meer achter?
Kinderkleding gebaseerd op de dracht van matrozen bestaat al meer dan twee eeuwen.
Het matrozenpakje met de markante braniekraag (uit 1846) groeide internationaal uit tot de populairste kindermode ooit.
Maar in de loop der tijden zijn er aan dit kledingstuk zeer uiteenlopende betekenissen toegekend.
Vroeger vonden moeders matrozenpakjes zo schattig; tegenwoordig worden ze door Japanse kledingfetisjisten en in de westerse homoscene om heel andere redenen geapprecieerd.
In het Duitse Keizerrijk kreeg het pakje een militaristische lading, terwijl het in Nederland zijn vriendelijke uitstraling behield.
De nazi’s wezen het matrozenpakje af als burgerlijk en anarchist B. Traven beschouwde het als een smakeloos toonbeeld van kapitalisme.
Ook de Chinese communisten deden het in de ban, maar hun Russische geestverwanten bleven deze bourgeoismode trouw.
Juist omdat kleding op zichzelf betekenisloos is kan zij met tegenstrijdige belevingswaarden worden geladen.
Of het nu gaat om witte herensokken, hoofddoekjes of matrozenpakjes: wat we erin zien, hebben we er zelf eerst in gelegd.
In ’Het stond je zo schattig’ laat Ignaz Matthey zien welke factoren van invloed zijn geweest op het in en uit de mode raken van de matrozendracht.
Politiek, ideeën over kinderen, erotiek, de uitvinding van de fotografie, het strandvermaak, warenhuizen en de confectieindustrie – je vindt het allemaal terug in de geschiedenis van deze kindermode.
Vanaf 25 september 2010 tot en met 13 maart 2011 is er in het Maritiem Museum Rotterdam de tentoonstelling ‘Fashion Ahoy! Maritieme look in de mode’ te zien, over de invloed die de zee in de loop der eeuwen op de mode heeft gehad.

Ignaz Matthey (1947) is historicus en freelance redacteur/tekstschrijver. Hij publiceert regelmatig over cultuurhistorische onderwerpen. Momenteel werkt hij aan een boek over de geschiedenis van het duel in Nederland.


Prijs: € 24,95
128 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur
genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.682.2


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Het levensverhaal van schrijver Johan Been
door Jenneke Groeneveld


Half november 2010 verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen het levensverhaal van Johan Been, geboren in 1859 te Brielle.
Het boek – geschreven door Jenneke Groenveld – is getiteld, Johan Been.
Rasverteller uit Brielle (1859-1930). Johan Been was onderwijzer, archivaris en publicerend Briellenaar, maar vóór alles was hij een schrijver.
Zijn bekendste boek is Paddeltje, een boek dat nog steeds herdrukt wordt.
Daarnaast was Been actief verbonden met het sociale en het culturele leven van zijn geboorte- en woonplaats.
Johan Been was een vlot verteller, iemand die makkelijk schreef, met een groot improvisatietalent lezingen gaf en als spreker zijn gehoor wist te boeien.
Maar toen hem tijdens een interview ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag gevraagd werd hoeveel boeken hij had geschreven, moest hij – misschien wel voor het eerst in zijn leven – het antwoord schuldig blijven.
Been was bijzonder productief.
Hij was correspondent van landelijke kranten, leverde bijdragen aan literaire en vaktijdschriften, schreef proza, poëzie en drama.
Na een aantal romans en jeugdboeken onder het pseudoniem Hendrik Eben, brak Been in 1907 door met zijn eerste jongensavonturenboek: De drie matrozen van Michiel de Ruyter, geïllustreerd door J.H. Isings jr.
Een jaar later verscheen het tweede deel in deze cyclus: Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter.
Met dit boek zou Been voor altijd zijn naam vestigen als schrijver van maritiem-historische jongensboeken.
Paddeltje – die in 2008 zijn 100ste verjaardag vierde – werd een bestseller en een klassieker.
Hoewel het boek nog regelmatig voorkomt in de top 10 van de Nederlandse jeugdliteratuur, beleefde het tijdens Beens leven slechts vier drukken.
Maar misschien hield Been het aantal herdrukken helemaal niet bij.
Voor hem was Paddeltje slechts een van de vele boeken uit zijn zeer gevarieerde en omvangrijke oeuvre.

Jenneke Groeneveld (1943) studeerde Nederlands en was actief in het literatuuronderwijs.
Zij woont in Brielle, hetgeen haar aanzette tot een nadere kennismaking met stadsschrijver Johan Been.


Prijs: € 19,95
192 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur
genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.645.7


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Ruim 100 jaar VOC cartografie door Ruud Paesie
Het kaartenmakersbedrijf van de Kamer Zeeland in de 17de en 18de eeuw

Vrijdag 8 oktober wordt het boek Zeeuwse kaarten voor de VOC.
Het kaartenmakersbedrijf van de Kamer Zeeland in de 17de en 18de eeuw gepresenteerd in het Zeeuws Maritiem MuZEEum te Vlissingen.
Tevens wordt de gelijknamige tentoonstelling geopend, deze is te zien tot en met het voorjaar 2011.
De uitgave is geschreven door maritiem historicus Ruud Paesie en verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.
In de 17de en 18de eeuw had de VOC kaartenmakers in dienst om haar zeelieden van nautische kaarten te voorzien.
Over de beroemde Amsterdamse kaartenmakers Blaeu en de Graaf is zoveel geschreven, dat haast de indruk zou ontstaan dat VOC-kaarten uitsluitend in Amsterdam werden vervaardigd.
Ook de Zeeuwse kamer had eigen cartografen in dienst, maar daarover is tot nog toe vrijwel niets gepubliceerd.
Ruud Paesie verrichtte geruime tijd onderzoek naar de kaartenmakers van de Kamer Zeeland.
Ruim honderd jaar onbekende Zeeuwse cartografie wordt hiermee aan de vergetelheid onttrokken.
Rond 1670 verzochten Zeeuwse VOC-bestuurders landmeter Arent Roggeveen om geheime zeekaarten voor hen te gaan tekenen.
Hij was een begaafd en veelzijdig man: cartograaf, wiskundige én astroloog.
Hij onderrichtte zeevaartkunde en was VOC-examinator van stuurlieden.
Bekendheid kreeg hij vooral door zijn expeditieplannen naar het ‘Onbekende Zuidland’, het huidige Australië.
Het was uiteindelijk zijn jongste zoon Jacob Roggeveen die deze plannen ten uitvoer bracht en tijdens die expeditie Paaseiland ontdekte.
Na het overlijden van Arent Roggeveen nam oudste zoon Johan zijn vaders cartografische werkzaamheden over.
Johan werkte ruim 40 jaar als kaartenmaker en werd op zijn beurt opgevolgd door Abraham Anias, van wie Paesie aantoont dat hij Johan Roggeveens stiefzoon was.
Drie generaties Zeeuwse kaartenmakers hebben de Compagnie tot in de tweede helft van de 18de eeuw van zeekaarten voorzien.
Net als bij de Amsterdamse familie Blaeu was er dus ook in Zeeland sprake van een familiebedrijf.
Zaterdag 20 november wordt er een symposium over Zeeuwse kaartenmakers in het Arsenaaltheater te Vlissingen georganiseerd door het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in samenwerking met de Vereniging voor Zeegeschiedenis, waarbij tevens de mogelijkheid wordt geboden de tentoonstelling in het MuZEEum te bezoeken.
Maritiem historicus dr. Ruud Paesie (1956) ontdekte in 1997 het wrak van het Zeeuwse VOC-schip Ravesteyn (Malediven).
Hij publiceerde diverse boeken en artikelen over VOCen WIC-gerelateerde onderwerpen.

Ruud Paesie, Zeeuwse kaarten voor de VOC.
Het kaartenmakersbedrijf van de Kamer Zeeland in de 17de en 18de eeuw,


Prijs: € 19,95
104 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur
genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.678.5


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
BELEEF DE IJSSEL door Paul van Gaalen
De mooiste rivier van Nederland

In Beleef De IJssel brengt de internationaal bekende natuur - fotograaf Paul van Gaalen de rivierloop op haar allermooist in beeld.
Deze hommage aan de IJssel toont de vele, gevarieerde gezichten van de rivier vanaf haar bron tot aan haar monding in Kampen, waar zij wordt opgeslokt door de watermassa van het Ketelmeer.
De fotograaf zocht ook de Duitse oorsprong op van het riviertje de Issel, dat via de Oude IJssel bij Doesburg in de IJssel uitmondt.
De lezer stroomt als het ware mee als een blad op het water, dat van elk hoofdstuk de spil vormt.
Naast het ont- staan en de betekenis van de IJssel komen onderwerpen aan de orde zoals de uiterwaarden door de seizoenen heen, bijzondere oeverterreinen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, watermanagement en de ontwikkeling van ‘nieuwe natuur’.
Hoewel de nadruk ligt op het landschap en de specifieke IJsselflora en -fauna, krijgen ook de recreatieve aspecten en de economische bedrijvigheid aan en op het water de nodige aan- dacht. Vanwege de historische verhalen en de gedegen achter- grondinformatie helpt deze schitterende uitgave elke bezoeker van de IJsselvallei met andere ogen te kijken naar de mooiste rivier van Nederland, haar oevers en markante achterland.
Natuurfotograaf Paul van Gaalen (1948) werd vooral bekend door zijn fotoboeken voor het Wereld Natuur Fonds en Natuurmonumenten.
Hij publiceert regelmatig in tijdschriften als Landlevenen Buitenleven.
—Tentoonstelling in Ecodrome te Zwolle van april tot en met december 2010
—Met een voorwoord van Jan Terlouw
Prijs: €29,95
128 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur
24,3 x 28,6 cm, genaaid gebonden
verschijnt april 2010
NUR 693 – ISBN 978.90.5730.659.4


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Rotterdam Oorlogshaven door Jac. J. Baart
Boekuitgave en tentoonstelling over de geschiedenis van de Rotterdamse haven in oorlogstijd

In mei 2010 is het zeventig jaar geleden dat de Duitsers ons land binnenvielen; tijd om het zwijgen van de direct betrokkenen te doorbreken en om de soms onaangename waarheid boven water te halen.
De boekuitgave Rotterdam Oorlogshaven, geschreven door Jac J. Baart, legt de nadruk op de maritieme aspecten van Europa’s grootste haven tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De unieke po-sitie die het Waterweggebied tijdens de oorlogsjaren innam wordt belicht: als haven, marinebasis en wapensmidse, als doelwit voor veelal falende geallieerde bommenwerpers en als de zwaarst bewapende Festung aan de Noordzee.
Dit kleurrijke boek met bijzondere illustraties en meren-deels nog niet eerder gepubliceerde foto’s is een uitgave van Walburg Pers te Zutphen en zal in mei 2010 gepresenteerd worden tijdens een gelijknamige thema-expositie in het OorlogsVerzets-Museum Rotterdam aan de Coolhaven.
De expositie loopt van 4 maart tot en met 30 september.

Door het bombardement van mei 1940 raakten – in het toch al door werkloosheid geteisterde Rotterdam – 80.000 mensen dakloos en gingen vele honderden bedrijven in vlammen op.
De economie had zwaar te lijden onder het feit dat koopvaardij- en passagiersschepen wegbleven.
Tijdens de bezettingsjaren waren vele tienduizenden Rotterdammers dan ook min of meer afhankelijk van de belangrijkste werkgever in de regio: de Duitse Kriegsmarine.
In Nederland werden ruim 800 schepen voor Duitse rekening gebouwd en circa 2.000 vaartuigen omgebouwd voor oorlogsdoeleinden.
Rotterdam en omgeving leverden daaraan een aanzienlijke bijdrage.
Over deze ongewilde, maar bij wijlen ook begeerde samenwerking met de vijand door scheepswerven en aanverwante bedrijven, is tot op heden bijzonder weinig gepubliceerd. Onge-twijfeld is schaamte voor deze zwarte bladzijde in de Rotterdamse geschiedenis daarvan de oorzaak.
In Rotterdam Oorlogshaven wordt de onaangename, decennialang doodgezwegen waarheid echter boven water gehaald.
Naast de scheepsbouw komt ook de haven als handels- en overslagcentrum aan bod.
Ruimschoots aandacht krijgen de gespleten rederijen, met aan beide kanten schepen in de vaart.
Meer dan 1.500 opvarenden daarvan zouden niet terugkeren.
Uiteraard was er ook verzet; de productie van schepen werd gesaboteerd en het functioneren van de oorlogshaven belemmerd.
Door onverbloemd alle aspecten van de omstreden samenwerking met de vijand aan de kaak te stellen vormt deze spraakmakende uitgave een wezenlijke aanvulling op de Rotterdamse geschiedschrijving.

Jac. J. Baart (1943) voer geruime tijd als scheepswerktuigkundige en werkte daarna in het bedrijfsleven.
Zijn jarenlange onderzoek naar Rotterdam als oorlogshaven resulteerde al eerder in publicaties.
—Tijdelijke aanbieding: na 1 november 2010 wordt de prijs € 49,50
—Verschijnt bij de gelijknamige tentoonstelling in het OorlogsVerzetsMuseum te Rotterdam van mei tot en met december 2010
Voor meer informatie over de tentoonstelling kunt u contact opnemen met het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, Coolhaven 375, 3015 GC Rotterdam, Tel: 010-4848931, Internet: www.ovmrotterdam.nl
—Maakt deel uit van de reeks Historische Publicaties Roterodamum
Prijs: € 39,50
320 pagina's, rijk geïllustreerd in kleur en zwart-wit
22,3 x 28,6 cm, genaaid gebonden
verschijnt mei 2010
NUR 688 – ISBN 978.90.5730.673.0


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Schatkamers vol erfgoed door Jan Daan Hillen e.a.
Een ontdekkingstocht door Zuid-Hollandse musea

Zuid-Holland bezit de grootste museumrijkdom van heel Nederland.
De provincie herbergt zo’n 220 musea, met een enorme verscheidenheid aan waardevolle collecties.
Van hedendaagse schilderkunst tot brandweervoertuigen, van aardwetenschappen tot architectuur, van schutterij tot jenever, van Archeon tot Panorama Mesdag.
Schatkamers zijn het, gevuld met juweeltjes van geschiedenis, kunst, nijverheid en natuur.
In deze uitgave brengt een tiental erfgoeddeskundigen verhalen samen over Zuid-Hollandse musea, variërend van anekdotes over een topstuk, het gebouw, de oprichter van het museum of de inzet van vrijwilligers.
Tezamen vormen deze verhalen een uniek beeld van de achtergronden van de cultuurschatten van Zuid-Holland, waarop iedere bezoeker zijn eigen keuze kan baseren.
De volgende musea komen in het boek voor:
Arboretum Trompenburg - Archeon - -Nederlands Architectuurinstituut -Nationaal Baggermuseum -Museum Beelden aan Zee -Belasting & Douane Museum -Museum Bisdom van Vliet -Museum Boerhaave -Nationaal Brandweermuseum -Chabot Museum -Louis Couperus Museum -Dordrechts Museum -Droogdok Jan Blanken -Kasteel Duivenvoorde -Escher in Het Paleis -Feyenoord Museum in De Kuip -Nederlands Fotomuseum -Gemeentemuseum Den Haag -Gemeentemuseum Maassluis -Museum De Gevangenpoort -Nationaal Glasmuseum -Gorcums Museum -Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum -Haags Historisch Museum -Haags Openbaar Vervoer Museum -Historisch Museum Den Briel -Historisch Museum Rotterdam -Huygensmuseum Hofwijck -Hortus Botanicus Leiden -Jenevermuseum -Katwijks Museum -Kinderboekenmuseum -Museum De Koperen Knop -Nederlands Kustverdedigingsmuseum -Legermuseum -Letterkundig Museum -Madurodam -Maritiem Museum Rotterdam -Mauritshuis -Museum Meermanno|Huis van het Boek -Museon -museumgoudA -Museummolen De Nieuwe Palmboom -Museum Oud-Overschie -Muzee Scheveningen -Museum De Schilpen -Naturalis -Natuurhistorisch Museum Rotterdam -OorlogsVerzetsMuseum -Panorama Mesdag -Museum Het Prinsenhof -Rijksmuseum van Oudheden -Museum Rijswijk -Museum RTM Ouddorp -SieboldHuis -Simon van Gijn – Museum aan Huis -Nationaal Sleepvaart Museum -Space Expo -Stadsmuseum Zoetermeer -Stedelijk Museum Schiedam -Stadsmuseum Leidschendam-Voorburg -Streekmuseum Jan Anderson -Streekmuseum voor de Krimpenerwaard -Museum Paul Tétar van Elven -Verzetsmuseum Zuid-Holland -Visserij & Vlaardings Museum -Museum Volkenkunde -Wereldmuseum Rotterdam -Westlands Museum voor Streek- en Tuinbouwhistorie

ISBN 978.90.5730.643.3
Prijs: € 29,95
224 pagina's
17,3 x 24,6 cm
genaaid gebonden
rijk geïllustreerd in kleur


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
SUIKER, VERFHOUT & TABAK

Het Braziliaanse Handboek van Johannes de Laet uit 1637 voor het eerst in het Nederlands uitgegeven
Een in de vergetelheid geraakt Braziliaans routeboek met nauwkeurige beschrijvingen van de kustgebieden van Brazilië verschijnt nu voor het eerst in het Nederlands.
Het betreft het boek Suiker, verfhout & tabak.
Het Braziliaanse Handboek van Johannes de Laet en is bezorgd en ingeleid door Ben N. Teensma.
Deze uitgave verschijnt als deel 108 in de Werken van de Linschoten Vereeniging.
Het bevat nieuwe feiten over vroeg-17de-eeuws Brazilië. Hoogwaardig inlichtingenwerk, dat ons een spannend beeld schetst van de Nederlandse expansie in Brazilië en de felle concurrentiestrijd met de Portugezen om de handel in suiker, verfhout en tabak.
Zaterdagmiddag 14 november 2009 werd het boek gepresenteerd in de Universiteitsbibliotheek te Leiden.
Suiker, verfhout & tabak is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.


De West-Indische Compagnie beschikte over een uitstekende inlichtingendienst.
In opdracht van hoofdkaartenmaker Hessel Gerritsz leverden uit de West terugkerende functionarissen hun logboeken in op het West-Indisch Huis in Amsterdam.
Daar werden alle nautische, geografische, militaire en economische details systematisch geïnventariseerd.
In 1629 werd daaruit een eerste Braziliaans Handboek samengesteld, bedoeld voor de commandanten van de invasiemacht die begin 1630 een bruggenhoofd in Pernambuco veroverde. Toen Hessel Gerritsz in 1632 overleed besefte WIC-directeur Johannes de Laet het belang van diens rijke archief.
De tijd voor een nieuw Braziliaans Handboek was rijp toen in 1636 graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen werd benoemd tot Gouverneur-Generaal van Nederlands Brazilië.
Om hem over zijn ambtsgebied te informeren stelde De Laet met spoed een nieuw Handboek samen, dat begin 1637 naar Pernambuco werd verscheept.
Sindsdien was de bundel uit het zicht verdwenen, totdat hij in 1977 – na vele omzwervingen – opdook in de John Carter Brown Library in Providence (USA).
Het Handboek wordt nu voor het eerst in het Nederlands uitgegeven.

Ben N. Teensma (1932) is lusitanist: kenner van de Portugese taal, letteren en cultuurgeschiedenis.
Hij heeft Brazilië diverse malen bezocht.

Bezorgd en ingeleid door Ben N. Teensma, Suiker, verfhout & tabak.
Het Braziliaanse Handboek van Johannes de Laet, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, geïllustreerd in zwart-wit, genaaid gebonden in linnen met stofomslag, ISBN 978.90.5730.584.9, prijs € 27,50 – 192 pagina's


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Geschiedenis van de Antillen

Rijk geïllustreerd en helder geschreven standaardwerk over de geschiedenis van de Antillen
Half november 2009 verscheen bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen de compleet herziene en geactualiseerde editie van de Geschiedenis van de Antillen over de geschiedenis van de eilanden in de Caraïbische Zee, die al eeuwenlang met Nederland verbonden zijn.

Geschiedenis van de Antillen brengt de complete geschiedenis tot leven van de eilanden in de Caraïbische Zee, die tot 1986 een eenheid vormden onder Nederlands bestuur.
Over de oorspronkelijke Indiaanse bewoners, de komst van de Spanjaarden en later van de Zeeuwen en Hollanders.
Over de afschaffing van de slavernij en het komen en gaan van olieraffinaderijen.
Uiteraard komt ook de ontwikkeling van kolonie tot rijksdeel en het verkrijgen van de ‘status aparte’ dan wel de status van Nederlandse gemeente aan bod.
Geschiedenis van de Antillen is de meest actuele uitgave over de bekendste eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao, maar ook de vaak verwaarloosde geschiedenis van de Bovenwindse eilanden Saba, Sint Maarten en Sint Eustatius is in dit boek te vinden.
De gecompliceerde bevolkingssamenstelling, de onderlinge relaties tussen de zes eilanden en de betrekkingen met Nederland en andere landen worden belicht vanuit de Caraïbische context.
In deze compleet herziene editie komen niet alleen de economische, politieke en demografische aspecten aan bod.
Ruime aandacht krijgen ook het sociale en culturele leven en de natuur op de Antillen.
Een rijk geïllustreerd en helder geschreven standaardwerk over een geschiedenis die eeuwenlang nauw met de Nederlandse verbonden is geweest.
Un buki dushi pa un i tur.

Geschreven en verbeeld door een team van Antilliaanse en Nederlandse auteurs en fotografen, onder redactie van Leo Dalhuisen, Ronald Donk, Rosemarijn Hoefte en Frans Steegh.

Onder redactie van Leo Dalhuisen, Ronald Donk, Rosemarijn Hoefte en Frans Steegh, Geschiedenis van de Antillen. Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur en zwart-wit, ISBN 978.90.5730.628.0, prijs € 34,95; na 1 mei 2009 € 39,50 – 192 pagina's.


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Scheepswerven in Nederland

Betekenis en beeldbepalendheid van de scheepsbouw

In Nederland zijn tot in de verste uithoeken scheepswerven te vinden.
Zij zijn al vele eeuwen een bepalende factor voor wat er op het water te zien valt.
Maar hun effect draagt veel verder dan alleen het product: een schip.
De uitgave Scheepsbouw in perspectief.
Werven in Nederland 1870-2009 geeft de rol weer die werven speelden in de ruimtelijke ordening, economie, sociale verhoudingen, politiek en op het gebied van welzijn van de werknemers.
Scheepsbouw in perspectief verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen in samenwerking met het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Maritiem Museum Rotterdam.
Deze publicatie van de maritiem musea wordt op donderdag 5 november gepresenteerd tijdens het jaarlijkse museumsymposium.

Al zolang er gevaren wordt, worden er schepen gebouwd. Van oudsher gebeurde dat in of vlakbij dorpen en steden.
Geklop en gehamer, de geur van teer en gloeiend ijzer: het vaste repertoire van iedere maritieme gemeenschap.
Scheepswerven waren een essentieel onderdeel van veel plaatselijke economieën en het personeel vormde dikwijls een hechte gemeenschap. De vaak grote complexen waren nadrukkelijk aanwezig in de bebouwde omgeving.
Schaalvergroting en modernisering van technieken en materialen brachten echter een voortdurende zoektocht naar ruimte op gang en veroorzaakten een haat-liefdeverhouding met de omgeving.
In deze uitgave van het Maritiem Museum Rotterdam en het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam schetsen vooraanstaande maritiem-historici, onder wie conservatoren van beide musea, een gevarieerd beeld van de Nederlandse scheepsbouw.
Een dwarsdoorsnede, zowel wat geografische spreiding als wat werfgrootte betreft.
Welke invloed had de scheepsbouw op zijn omgeving; in ruimtelijke zin, maar ook in economisch, sociaal, politiek en cultureel perspectief?
Behalve de grote werven in Amsterdam, Rotterdam (en hun periferie), Groningen, Friesland en Zeeland komen ook de kleinere werven langs de binnenwateren aan bod.
Inmiddels zijn oude werven in veel gevallen volledig uit de omgeving verdwenen en daarmee uit het geheugen gewist.
Elders functioneren deze bedrijfsterreinen nog, of ze hebben met een andere bestemming een nieuw leven gekregen.

Deze uitgave bevat tekstbijdragen van Jeroen ter Brugge, Henk Dessens, Wouter Heijveld, Wicher Kerkmeijer, Jur Kingma, Joke Korteweg, Gerbrand Moeyes, Frits Niemeijer, Meindert Seffinga, Elisabeth Spits, Ernst Weber en Hans Wijn.
De redactie wordt gevoerd door Jeroen ter Brugge, Gerbrand Moeyes en Elisabeth Spits.

Onder redactie van Jeroen ter Brugge (eindredactie), Elisabeth Spits en Gerbrand Moeyes, Scheepsbouw in perspectief. Werven in Nederland 1870-2009, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd, ISBN 978.90.5730.586.0, prijs € 19,95 – 128 pagina's.


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
De maritieme canon: alles wat iedere Nederlander over onze waterrijke geschiedenis zou moeten weten

Gepubliceerd in combinatie met tentoonstelling in Maritiem Museum Rotterdam

Op 26 juni 2009 werd om 16.00 uur in het Maritiem Museum Rotterdam de uitgave Maritieme Geschiedenis. De Canon van ons maritiem verleden gepresenteerd.
In deze uitgave, naar analogie van de canon van de Nederlandse geschiedenis, is alles wat iedere Nederlander over onze waterrijke geschiedenis zou moeten weten samengevat in 50 toegankelijke, vlot geschreven en kleurrijk geïllustreerde hoofdstukken.

Bijna geen land ter wereld heeft zo’n rijke scheepvaartgeschiedenis als Nederland.
Eeuwenlang trotseerden handelaren, ontdekkingsreizigers en geleerden de risico’s van het zeemansbestaan, op zoek naar roem en rijkdom.
Te weinig Nederlanders realiseren zich echter hoe essentieel het water en de scheepvaart zijn geweest voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van ons land.
Maar waar zou Nederland nu staan als De Ruyter, Barentsz en Piet Heyn er niet waren geweest?
En hoe anders zou onze taal zijn zonder al die sporen die de zeevaart erin achterliet?

Het Maritiem Museum Rotterdam formuleerde samen met vooraanstaande maritiem-historici de hoogtepunten uit onze waterrijke historie.
Elk van de 50 onderwerpen biedt aanknopingspunten voor boeiende verhalen over de haringvangst, de Hanze en de VOC en over de invloeden van Romeinen en Vikingen.
Over kustvaart en binnenvaart, over scheepsontwerpers en scheepsbouwers, over handels- en slavenvaart en emigrantenvervoer.
Vanaf de prehistorische kano van Pesse tot aan de moderne luchtgeleidingsfregatten. Van de oprichting van de Holland-Amerika Lijn tot de opening van het Amsterdam-Rijnkanaal.
Maar ook de onmiskenbare rol van de dames van lichte zeden ontbreken in dit overzicht niet.
Onder redactie van Joke Korteweg, met tekstbijdragen van Jeroen ter Brugge, Henk Dessens, Femme Gaastra, Ferry de Goeij, Irene Jacobs, Susan Legêne en Thijs Maarleveld.

Deze uitgave verschijnt bij de opening van de semi-permanente tentoonstelling ‘Geen zee te hoog’ in het Maritiem Museum Rotterdam (Leuvehaven 1 te Rotterdam), waarin de 50 hoogtepunten uit de canon worden geïllustreerd met pareltjes uit de eeuwenoude collectie van het museum.

Joke Korteweg, Maritieme Geschiedenis. De CANON van ons maritiem verleden, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.593.1, € 29,95 – 192 pagina's gebonden, rijk geïllustreerd in kleur en zwart-wit


Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Hudsonjaar 2009: De stichting van Nieuw-Amsterdam, een 17de-eeuws Nederlands bolwerk

In het kader van het Hudsonjaar 2009 wordt op 6 juni 2009 tijdens de ledenvergadering de heruitgave van deel 26 in de reeks van de Werken van de Linschoten-Vereeniging gepresenteerd.
De Stichting van New York verschijnt bij Walburg Pers in Zutphen.
Het oorspronkelijke deel uit 1925 was al geruime tijd niet meer verkrijgbaar.
In 1609 arriveerde de Engelse ontdekkingsreiziger Henry Hudson met het VOC-schip de Halve Maen bij het eiland Manna Hattan.
De Nederlandse kolonisten die na hem kwamen, stichtten er in 1625 in opdracht van de West-Indische Compagnie de stad Nieuw-Amsterdam.
Dat werd de hoofdstad van de kolonie Nieuw-Nederland, gelegen in het stroomgebied van de Hudson.
Na de verovering van de kolonie door de Engelsen in 1664 werd Nieuw-Amsterdam omgedoopt in New York.
Over de stichting van Nieuw-Amsterdam was lange tijd weinig bekend, totdat in 1910 in Amsterdam de Van Rappard-documenten ter veiling werden aangeboden.
Een medewerker van het veilinghuis, Frederik Casparus Wieder (1874–1943), ontdekte dat deze waardevolle en tot dan toe onbekende documenten informatie bevatten over de ontstaansgeschiedenis van Nieuw-Amsterdam.
Ze maakten onder meer duidelijk welke instructies de kolonisten hadden gekregen.
In 1925 publiceerde Wieder de Van Rappard-documenten onder de titel De stichting van New York in juli 1625.
In zijn uitvoerige inleiding schetst Wieder haarfijn de wording van Nieuw-Amsterdam.
Van het oorspronkelijke fort, de huizen en de verdedigingswal van de stad is bijna niets meer terug te vinden, maar wie goed kijkt naar de oude kaarten die Wieder in zijn boek opnam, ontdekt dat het stratenplan van zuidelijk Manhattan – inclusief Broadway (Brede Weg), Wallstreet (Walstraat) en het voormalige tuinbouwgebied The Bowery (bouwerij/boerderij) – al in de 17de eeuw door Nederlandse kolonisten is uitgezet.
De Linschoten-Vereeniging richt zich sinds 1908 op de uitgave van zeldzame of ongepubliceerde verslagen van Nederlandse zee- en landreizen en landbeschrijvingen.


Voor informatie Walburg Pers
Dr. Frederik Casparus Wieder (bezorging en inleiding), De stichting van New York, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.594.8, 288 pagina’s, gebonden, geïllustreerd in zwart/wit, prijs € 39,95.



Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522,
Fax algemeen: +31(0)575 -542289
E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159,
7200 BD Zutphen
Internet: www.walburgpers.nl
Geschedenis van de VOC
Van dit boek ontvingen wij alleen een .pdf file aankondiging

De aankondiging



Voor informatie Walburg Pers
Een maritieme rariteit; achtergronden en werking van het fenomeen scheepskameel belicht in boekuitgave

Half maart 2009 verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers het boek Scheepskamelen & Waterschepen.
‘Eene ellendige talmerij, doch lofflijk middel’ geschreven door Graddy Boven en Ab Hoving.
De scheepskameel kan in veel opzichten beschouwd worden als een maritieme rariteit, maar de Nederlandse koopvaardij en marine hebben veel profijt gehad van deze voorloper van de schepenlift.
Dit boek volgt de geschiedenis van dit vernuftige hulpmiddel en geeft inzicht in de technische aspecten ervan.
De scheepskameel van Meeuwis Meindertsz. Bakker; een wanschepsel met een wonderlijk figuur, een groot lastdragend vermogen en een wiegende beweging
Aan het einde van de 17de eeuw slibde de havenmond van Amsterdam dicht, met als gevolg dat grote schepen hun bestemming niet meer konden bereiken.
Dankzij de scheepskameel, een uitvinding van Meeuwis Meindertsz. Bakker, was het vanaf 1691 mogelijk om schepen over de ondiepte Pampus heen te tillen.
Bakkers oplossing bestond uit twee houten, met water gevulde pontons, die tegen de flanken van een schip werden bevestigd.
Vervolgens werden de twee delen (handmatig) leeggepompt, waardoor het schip hoger kwam te liggen en Marker waterschepen het geheel konden voortslepen.
Scheepsbouwer Cornelis van IJk noemde het ‘kamelen’ van schepen ‘een ellendige talmerij, doch lofflijk middel’.
Het was kostbaar en nam veel tijd in beslag, maar bood tegelijkertijd de enige mogelijkheid om de scheepswerven van de Admiraliteit en de Verenigde Oostindische Compagnie in Amsterdam te bereiken.
Een revolutionaire technische toepassing, die navolging vond in het buitenland. Na de opening van het Noord-Hollands Kanaal in 1824 werd de scheepskameel, na 133 jaar trouwe dienst, overbodig.
Ab Hoving (1947) is hoofdrestaurator scheepsmodellen bij de Marinemodellenkamer van het Rijksmuseum.
Historicus Graddy Boven (1962) is conservator bij het Marinemuseum. Beiden publiceren regelmatig over maritieme onderwerpen.

Graddy Boven & Ab Hoving, Scheepskamelen & waterschepen.
‘Ellendige talmerij, doch lofflijk middel’,
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
rijk geïllustreerd in kleur en zwart-wit,
genaaid gebrocheerd,
ISBN 978.90.5730.603.7,
prijs € 24,95 – 96 pagina's.
Inlichtingen: Walburg Pers in Zutphen
Nieuwe uitgave over transportrevolutie en mobiliteitsexplosie

De ontwikkeling van transport en mobiliteit in Nederland in de 19de en 20ste eeuw
De boekuitgave Van transport naar mobiliteit – bestaande uit twee delen – werd gepresenteerd in het Spoorwegmuseum te Utrecht.
Het eerste deel beschrijft de transportrevolutie (1800-1900), het tweede deel omvat de mobiliteitsexplosie (1900-2000).
De boeken zijn geschreven door dr. ir. Ruud Filarski en dr. ing. Gijs Mom en verschijnen bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers in opdracht van Rijkswaterstaat onder auspiciën van de Stichting Historie der Techniek.
In Van transport naar mobiliteit gaan Ruud Filarski en Gijs Mom in op actuele vragen als, waarom worstelen steeds meer forensen dagelijks met overvolle treinen en lange files?
Hoe komt het dat Nederland een unieke plaats inneemt binnen Europa als het gaat om vrachtvervoer over onze waterwegen?
Waarom steggelen nu al twee generaties Nederlanders over de uitbreidingsplannen van Schiphol?
Is de fiets trouwens een typisch Nederlands vervoermiddel?
En stappen we naar Amerikaans voorbeeld steeds vaker in de auto?
Daartoe analyseren zij in hun twee eeuwen omvattende studie voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis de langetermijnontwikkelingen van het Nederlandse verkeer en vervoer.
Het resultaat zijn twee boekdelen met veel nieuw onderzoek en nog niet eerder gepubliceerde feiten.
In het eerste deel, De transportrevolutie (1800-1900), komen de unieke 19de-eeuwse combinaties van stoomtreinen/paardenkracht en stoomboten/zeilschepen aan bod.
Tijdens de Industriële Revolutie ontstonden moderne, uitgebreide netwerken van spoor- en tramwegen, rivieren, kanalen en straatwegen, die geschikt waren voor het vervoer van goederen en mensen.
Belicht worden de gebruikers, ondernemers en tegenstanders van de nieuwe vervoersmiddelen, het overheidsbeleid, alsook de economische en ruimtelijke effecten.
In het tweede deel, De mobiliteitsexplosie (1900-2000), ligt het accent op nieuwe vervoersvormen als de fiets, de (vracht)auto, bestelwagen en bus.
Ook de luchtvaart en de modernisering van het spoorwegsysteem en de binnenvaart komen aan de orde.
Bijzondere aandacht krijgen de bloei en afkalving van het tramnetwerk en de strijd tussen weg en spoor in het Interbellum.
Daarnaast komt de gebruikscultuur van fiets en auto, inclusief de neerslag daarvan in de Nederlandse literatuur, ruim aan bod – van de eerste autobezitters tot de Amsterdamse brozems.

Boekgegevens:
Dr.ir. Ruud Filarski en dr.ing. Gijs Mom, Van transport naar mobiliteit.
Deel 1: De transportrevolutie (1800-1900).
Deel 2: De mobiliteitsexplosie (1900-2000), Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.530.6 (set),
ISBN 978.90.5730.450.7 (deel 1),
ISBN 978.90.5730.451.4 (deel 2),
prijs per deel € 49,50,
setprijs € 89,00 – 480 pagina's per deel.
Uitgeverij Walburg Pers
Havens van AMSTERDAM en ROTTERDAM sinds 1870

Jaarboek 2008 Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam en Maritiem Museum Rotterdam

Boekgegevens:
128 pagina's
rijk geillustreerd in kleur
formaat 22,3 x 28,6 cm
speciale gelimiteerde editie in linnen gebonden
met de hand genummerd
isbn 978.90.5730.571.9
Euro 54.50

Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet: www.walburgpers.nl
DOOR DE EEUWEN HEEN
.
100 jaar Linschoten-Vereeniging Jubileumuitgave over de geschiedenis van Nederlands oudste, nog lopende boekenreeks
In 2008 viert de Linschoten-Vereeniging haar honderdste verjaardag.
Ter gelegenheid hiervan verschijnt zaterdag 14 juni de jubileumuitgave Reizen door de eeuwen heen.
100 jaar Linschoten-Vereeniging (1908-2008) onder redactie van Henk den Heijer en Cees van Romburgh.
In deze speciale uitgave belichten vooraanstaande maritiem- historici de geschiedenis van de Linschoten-Vereeniging en de ontwikkeling van het reisverhaal in de 17de eeuw.
Het boek bevat tevens een korte inhoudsbeschrijving van alle tot nog toe verschenen 'Werken'.
Reizen door de eeuwen heen is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.
De Nederlanden hebben een rijke reisgeschiedenis.
De voorbije eeuwen hebben veel reizigers hun ervaringen opgetekend en vertellen ze ons over hun tochten over verre zeeën en vreemde continenten.
Reisliteratuur was in de 17de en 18de eeuw een populair genre waarmee het grote publiek zich kon informeren over exotische oorden en vreemde gebruiken.
In 1908 besloot een aantal historici en oud-zeevarenden om de belangrijkste journalen en reisverhalen van Nederlandse ontdekkingsreizigers uit de 16de en 17de eeuw in boekvorm uit te geven.
Zij richtten daarvoor de Linschoten-Vereeniging op. De naam van de vereniging ontleenden zij aan de koopman Jan Huygen van Linschoten, die eind 16de eeuw lange tijd in Azië woonde en reisde.
Na zijn terugkeer publiceerde deze Enkhuizer een boek over Azië, getiteld Itinerario; het beroemdste reisverhaal dat ooit door een Nederlander is geschreven.
Het Itinerario is een van de meer dan honderd reisverslagen die de Linschoten-Vereeniging in de afgelopen eeuw heeft doen verschijnen.
De vereniging is als honderdjarige nog springlevend.
Zij publiceert elk jaar een nieuw deel in de reeks ‘Werken van de Linschoten- Vereeniging’ die uitgroeide tot een unieke collectie reisverhalen in het Nederlandse taalgebied.
Het eeuwfeest van de vereniging wordt in 2008 gevierd met de heruitgave van de eerste delen en verschillende nieuwe publicaties.
Onder redactie van Henk den Heijer en Cees van Romburgh, Reizen door de eeuwen heen.
100 jaar Linschoten-Vereeniging (1908-2008), Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.564.1, geïllustreerd in zwart-wit, genaaid gebrocheerd, prijs € 14,95 144 pagina's.
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet: www.walburgpers.nl
Overzichtswerk van alle sleepboottypen in Nederland
Begin juni verscheen bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen het boek Slepen en sleepboten.
Nederlandse haven- en binnensleepvaart, geschreven door Sven O. Aarts.
Aarts legt in dit boek de grote lijnen vast van de verschuivingen in de binnensleepvaart.
De uitgave bevat een rijk geïllustreerd overzicht van alle sleepboottypen die op en in de Nederlandse binnenwateren en havens zijn aan te treffen.
Ruime aandacht krijgen specifieke zaken zoals de bouw, sleepbootkrommen en de sleepboot als hobby.
Op de Nederlandse binnenwateren en in havens vaart nog een grote variëteit aan historische sleepboten.
Een groeiend aandeel van deze circa 2500 exemplaren wordt vandaag de dag echter uitsluitend als hobbyvaartuig gebruikt.
De nog resterende beroepssleepboten zijn doorgaans geschikt gemaakt als duwsleepboot, met een groter vermogen en soms uitgerust met dekkraan, boegschroef, lier en hekrol.
Behalve voor sleep/duwwerk worden ze ingezet voor ijsbestrijding, hulpverlening, natte aannemerij en berging.
Het aanbod van te verslepen objecten op de binnenwateren betreft steeds groter materieel, waardoor de opleidingseisen voor het binnenschippersvak voortdurend naar boven worden bijgesteld.
Sleepboten moeten aan steeds strengere eisen voldoen ten aanzien van geluid en accommodatie.
Stijgende brandstofprijzen en personeelskosten vereisen een planmatiger aanpak, die geen ruimte meer biedt voor nostalgie.
Ondertussen neemt de gemiddelde leeftijd van de sleepboot toe; ruwweg 45 in de beroepsvaart en 75 jaar in de pleziervaart.
Specifieke sleepbootwerven zijn in de loop der tijd verdwenen en daarmee ook een groot deel van de knowhow van de werkvloer.
Sven O. Aarts (1946) is specialist op het gebied van sleepvaart, zwaar transport, anchor handling en berging.
Aarts Marine BV ontwikkelt nieuw materieel en werkmethoden voor de sleepvaart.
Sven O. Aarts, Slepen en sleepboten, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur en zwart-wit, genaaid gebrocheerd, ISBN 978.90.5730.505.4, prijs € 29,95 – 144 pagina's.
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
Tel algemeen: +31(0)575-510522, Fax algemeen: +31(0)575 -542289 E-mail: publiciteit@walburgpers.nl
Postbus 4159, 7200 BD Zutphen Internet: www.walburgpers.nl


NEDERLANSE JACHTEN
Ontwerp en bouw va Zeil- en Motorjachten 1875 - 1975
In het jaarboek 2007 van de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum / Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam wordt deze historie gepubliceerd.
Alle belangrijke bouwers en ontwerpers uit de verslagperiode, zoals N.A. Bernard, J.P.G. Thiebout, G.A. Kroes & Zn, H.C.A. van Kampen, H.W. de Voogt, De Vries Lentsch, E.G. van der Stadt, etc etc komen aan de orde.
Het gehele boek staat vol met prachtige illustraties zowel historisch als hedendaags, van de vele vaartuigen die behouden zijn en worden.
Voor onze broeders en zusters van de zeil- en motorjachten Behoudclubs moet dit boek toch een prachtige aanvulling op de bibliotheek zijn.
Uitgeverij: Walburg Pers - Auteur: Elisabeth Spits
ISBN 978-90-5730-507-8
Verkrijgbaar in de boekhandel
HET ZEEKAARTEN BOEK

Oude zeekaarten zijn een lust voor het oog. Het Maritiem Museum Rotterdam heeft een internationaal vermaarde kaartencollectie.
In 2006 werd de 'Corpus Christi Collectie' verworven, een unieke collectie van 30 kaarten, die sinds 1714 eigendom waren van het gelijknamige college te Oxford, UK.
Deze verwerving is tevens de reden om dit boek te laten verschijnen.
Sinds de oprichting van het museum in 1874 heeft men een belangrijke verzameling atlassen, kaarten en globes bijeengebracht.
Die collectie geeft een belangwekkende indruk van de maritieme cartografie, met name ook van de ontwikkeling daarvan in Nederland gedurende de zestiende en zeventiende eeuw.
De getoonde illustraties zijn prachtig als men beseft hoe dergelijke kaarten gemaakt werden, veelal handwerk en dan zo kleurrijk en fascinerend, maar ook punctueel.
Zelfs als kijkboek al een aanrader.

Uitgeverij: Walburg Pers - Auteur: Sjoerd van de Meer
ISBN 978-90-5730-475-0
Verkrijgbaar in de boekhandel.
Een eeuw Nederlandse jachten Ontwerp en bouw van zeil- en motorjachten
Vrijdag 9 november 2007 verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers het boek Nederlandse Jachten (1875-1975).
Ontwerp en bouw van zeil- en motorjachten samengesteld door Elisabeth Spits, conservator van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam.
Nederlandse jachten 1875-1975 geeft een overzicht van de zeil- en motorjachten, getekend door Nederlandse ontwerpers en gebouwd op Nederlandse werven.
Het merendeel van de besproken schepen was bedoeld voor het Nederlandse vaargebied.
Het waren bijna altijd toerjachten voor gezinnen, maar soms werd er ook een wedstrijd mee gezeild.
Aan bod komen de meest in het oog springende jachten van N. Bernhard, J.P.G. Thiebout, G.A. Kroes, H.C.A. van Kampen, H.W. de Voogt, G. de Vries Lentsch jr & sr en W. de Vries Lentsch jr & sr, G.W.W.C. baron van Höevell en E.G. van de Stadt.
Hun werk is representatief voor een eeuw moderne jachtbouw.
De periode 1875-1975 vormt het hoogtepunt van de Nederlandse moderne jachtbouw.
Tot halverwege de negentiende eeuw overheersten de traditionele ronde- en platbodemjachten.
Rond 1850 kwamen de eerste scherpe zeiljachten op het water en een halve eeuw later brak de motorboot door.
Het bezit van een jacht werd voor veel meer mensen bereikbaar. Steeds meer gezinnen brachten hun weekenden en vakanties op het water door.
Jachtbouwers en - ontwerpers stemden hun schepen af op deze nieuwe gebruikers.
In de loop van de jaren dertig van de 20ste eeuw nam gaandeweg het aanbod van handzame en betaalbare motor- en zeiljachten toe.
Door nieuwe bouwmaterialen, zoals polyester, raakte vanaf circa 1960 seriebouw steeds meer in zwang, waardoor jachten goedkoper geproduceerd konden worden.
De recreatiemarkt werd dan ook overspoeld met nieuwe zeil- en motorjachten, waarvan tot begin jaren zeventig het merendeel afkomstig was uit Nederland. Daarna ging de import van polyester jachten uit het buitenland overheersen.
De uitgave is tot stand gekomen in samenwerking met de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum en de Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam.
E. Spits, Nederlandse Jachten (1875-1975).
Ontwerp en bouw van zeil- en motorjachten
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.507.8, prijs € 19,95 – 128 pagina's.
VOC-kaarten Maritiem Museum Rotterdam bijeengebracht in boekuitgave
Donderdag 15 november verschijnt het Zeekaartenboek.
Vroege zeekaarten uit de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam onder hoofdredactie van Sjoerd de Meer, conservator cartografie van het Maritiem Museum Rotterdam.
In dit boek staat de Nederlandse maritieme cartografie vanaf de zestiende tot in de achttiende eeuw centraal.
Uitgebreid wordt aandacht besteed aan de Corpus Christi collectie die onlangs door het Maritiem Museum Rotterdam is verworven.
Het Zeekaartenboek is een uitgave van Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen.
Oude zeekaarten zijn een lust voor het oog.
Vooral de met de hand getekende exemplaren op perkament of papier, voorzien van fraaie details, zoals kompasrozen, kompaslijnen en landverkenningen in de vorm van steden en bergen.
Voor de zeeman was een kaart echter vóór alles een onontbeerlijk hulpmiddel om veilig zijn bestemming te bereiken.
De bloeitijd van de Nederlandse maritieme cartografie neemt een aanvang met de eerste moderne zeeatlas van Lucas Jansz. Waghenaar uit 1584, genaamd Spieghel der Zeevaerdt.
Deze beperkt zich nog tot West-Europa, maar niet lang daarna verschijnen de eerste kaarten van niet-Europese wateren, samengesteld door Petrus Plancius.
De zeventiende eeuw wordt bepaald door het werk van het kaartenmakersgeslacht Blaeu; Willem Jansz. Blaeu en diens zoon en kleinzoon Joan Blaeu I en II.
Uitgevershuis Van Keulen is actief tot diep in de achttiende eeuw en sluit de bloeitijd van de maritieme cartografie af met de prachtigste zeekaarten van alle gebieden op aarde.
Het Zeekaartenboek toont de Nederlandse maritieme cartografie vanaf de zestiende tot en met de achttiende eeuw.
Voor de vele illustraties is er rijkelijk geput uit de internationaal vermaarde kaartencollectie van het Maritiem Museum Rotterdam.
Aanleiding voor deze uitgave vormt de terugkeer uit Engeland van de Corpus Christi Collectie: een verzameling unieke VOC-kaarten, die het MMR onlangs aan haar collectie wist toe te voegen.
Sjoerd de Meer, Het zeekaartenboek.
Vroege zeekaarten uit de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd
ISBN 9978.0.5730.475.0, prijs € 19,50 – 128 pagina's.
Pioniers van de Gouden Eeuw
Half november 2007 verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers het boek Pioniers van de Gouden Eeuw geschreven door Gerben Graddesz Hellinga.
In deze zeer rijk in kleur geïllustreerde uitgave komen spraakmakende personen aan bod, die ieder op hun eigen wijze hebben bijgedragen aan de expansie van ons land tot wereldmacht.
Van kaartenmaker tot handelaar, van ontdekkingsreiziger of avonturier tot gouverneur of ambtenaar.
Wie 'Gouden Eeuw' zegt, denkt aan de VOC, de welvaart door handel en nijverheid, de ontdekkingsreizen, de koloniale expansie en de ongekende bloei van kunst en wetenschappen.
Er is geen ander tijdperk in de Nederlandse geschiedenis waarin tegelijkertijd zo veel uitzonderlijk begaafde personen op een zo klein oppervlak bij elkaar leefden.
Barents en Coen, De Ruyter en Tasman, Huygens en Sweelinck, Vondel en Bredero, Rembrandt en Vermeer, Spinoza en Van Leeuwenhoek; een kleine greep uit de vele kopstukken van de Gouden Eeuw.
Bij deze voorspoed speelden natuurlijk politieke en economische factoren een rol, maar er was nog een factor van belang.
Juist in die tijd beschikte ons land over een aantal zeer ondernemende lieden, die nu nog onze bewondering verdienen voor hun moed, hun doorzettingsvermogen en hun vindingrijkheid.
Het is zeer boeiend om te zien hoe een handjevol ondernemende en avontuurlijk ingestelde mannen ervoor kon zorgen dat de Nederlandse vlag op de kusten van alle werelddelen wapperde.
Namen als Jan Pieterszoon Coen, Peter Stuyvesant, Jan van Riebeeck en Jacob van Heemskerck spreken nog steeds tot de verbeelding, maar ook andere, minder bekende maar even boeiende kleurrijke en soms controversiële mannen hebben, ieder op hun eigen wijze, bijgedragen aan de opbouw van het wereldrijk Nederland.
Aan de hand van de levens en daden van deze pioniers behandelt Gerben Graddesz Hellinga alle facetten van de koloniale expansie van ons land tijdens de meest tot de verbeelding sprekende eeuw uit onze geschiedenis.
Dr. Gerben Graddesz Hellinga (1938), van oorsprong psychiater, schrijft naast historische boeken (Zeehelden uit de Gouden Eeuw, Geschiedenis van Nederland) ook o.a. kinderboeken en science fiction.
Gerben Graddesz Hellinga, Pioniers van de Gouden Eeuw,
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geïllustreerd in kleur, gebonden met stofomslag,
ISBN 978.90.5730.480.4, prijs € 24,95; vanaf 01.01.2008 € 29,50 – 176 pagina's.
* Bestemming New York
De bijzondere geschiedenis van ms Zaandam

Op 2 november is het 65 jaar geleden dat het Nederlandse koopvaardijschip Zaandam tot zinken werd gebracht.
Mede naar aanleiding hiervan verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen het boek Bestemming New York.
De bijzondere geschiedenis van ms Zaandam, 1939-1942 van de hand van Henk Top.
De auteur reconstrueerde de belevenissen van de bemanning van de Zaandam aan de hand van brieven, dagboeken, krantenartikelen en gesprekken met nabestaanden.
Op levendige wijze belicht hij in deze uitgave de rol van de Nederlandse koopvaardij in oorlogstijd.
In 1939 wordt de Zaandam, een nieuw lijnschip van de Holland-Amerika Lijn (HAL) in gebruik genomen. De politieke spanningen in Europa zijn al voelbaar en de schepen van de HAL kunnen het aanbod van passagiers nauwelijks verwerken.
Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt halen Engelse, Franse en Duitse rederijen hun passagiersschepen uit de lijndiensten tussen Europa en de VS.
Hoewel de risico’s steeds groter worden varen de Nederlandse maatschappijen door.
De Zaandam wordt eind april 1940 naar Nederlands-Indië gedirigeerd, maar ook daar breekt de oorlog uit.
Kapitein Stamperius weet een aanval van Japanse Zerojagers af te slaan en ontsnapt – met honderden evacués aan boord – aan de Japanse omsingeling van Java.
Ook een hachelijke bevoorradingsmissie van het Britse leger in het Midden-Oosten brengt hij, ondanks de dreiging van Duitse U-boten, tot een goed einde.
Op de terugreis naar New York gaat het echter mis. In november 1942 wordt de Zaandam getorpedeerd op 400 mijl uit de Braziliaanse kust.
Stuurman Broekhof weet met 59 opvarenden in een lekke reddingsboot na acht dagen de kust van Brazilië te bereiken.
Drie andere schipbreukelingen worden na 83 dagen uit zee opgepikt.
Uiteindelijk blijken 134 bemanningsleden en passagiers van de Zaandam te zijn omgekomen.
Henk Top MSc (1952) werkt bij de Politieacademie, maar begon zijn carrière op zee en in de Rotterdamse haven (stuurman bij Nedlloyd, reserve-officier, milieu-inspecteur).
Maritieme geschiedenis blijft hem boeien.
Henk Top, Bestemming New York.
De bijzondere geschiedenis van ms Zaandam (1939 - 1942)
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, geïllustreerd in zwart-wit, genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.516.0, prijs € 19,95 – 208 pagina's.
* Strijd om de VOC-miljoenen
Slag in de haven van het Noorse bergen onderwerp van boekuitgave

Donderdag 18 oktober 2007 verscheen bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen – mede ter gelegenheid van het Michiel de Ruyterjaar – het boek Strijd om de VOC-miljoenen.
Slag in de haven van het Noorse Bergen, 12 augustus 1665 geschreven door Michael Breet.
De retourvloot onder commando van Pieter de Bitter was een van de rijkste uit de geschiedenis van de VOC.
Tijdens de thuisreis brak de Tweede Engelse Oorlog uit waardoor De Bitter moest uitwijken naar het Noorse Bergen, dat destijds in Deens bezit was.
In deze verondersteld neutrale haven wachtte hij op een escorte van admiraal Michiel de Ruyter.
De Engelse en Deense koningen sloten intussen echter een geheime overeenkomst.
Een Engels eskader zou de vloot binnen die haven veroveren.
De Noorse commandant zou geïnstrueerd worden om niet in te grijpen en de buit zou worden gedeeld.
De koerier van dit bericht arriveerde echter pas in Bergen toen de Engelsen de aanval al hadden geopend. Tot hun verbazing kreeg de retourvloot volop steun uit de Noorse vestingwerken.
Na vier uur hevige strijd sloegen de zwaargehavende Engelse schepen op de vlucht.
De uitgeputte retourvloot won de slag van de zich oppermachtig wanende Engelse oorlogsvloot!
Van deze opmerkelijke strijd bestaan diverse ooggetuigenverslagen.
Om begrijpelijke redenen is er van Engelse zijde niet veel ruchtbaarheid aan gegeven, maar in Noorwegen en Nederland is er de nodige aandacht aan besteed.
Michael Breet raadpleegde alle beschikbare bronnen over dit fascinerende voorval en presenteert in deze uitgave op levendige wijze de hoofdrolspelers, achtergronden en nasleep van de slag in de haven van Bergen.
Michael Breet (1932) legde zich na zijn veelzijdige maritieme carrière toe op de maritieme en koloniale geschiedenis van Nederland.
Eerder hertaalde hij Wouter Schoutens ‘Oost- Indische voyagie’.
Michael Breet, Strijd om de VOC-miljoenen.
Slag in de haven van het Noorse Bergen, 12 augustus 1665
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, geïllustreerd in zwart-wit, genaaid gebrocheerd
ISBN 978.90.5730.468.2, prijs € 19,50 – 176 pagina's.
Terugkeer naar Nova Zembla De laatste en tragische reis van Willem Barents
zomer 2007 ontvangen
In 2007 is het vierhonderd jaar geleden dat Jacob Heemskerck stierf als admiraal in de Slag bij Gibraltar, waarmee de Nederlandse Republiek in een klap de maritieme reputatie verwierf die de Gouden eeuw glans zou geven.
Heemskerck werd dan ook de eerste admiraal in een lange cultus en kreeg een praalgraf in de Oude Kerk in Amsterdam.
Jacob Heemskerck is beter bekend als de leider van de beroemde expeditie naar Nova Zembla, de expeditie die met Willem Barents overwinterde in het Behouden Huys (1596 -1597).
Het bekende, meer dan vierhonderd jaar oude verhaal van opvarende Gerrit de Veer beschrijft het wedervaren van de Nederlandse schipbreukelingen op de ijzige kust van het pooleiland.
Het bevat een rijkdom aan indrukken en geestigheden, en vele verwijzingen naar de eigenaardigheden van die tijd.
In de 21ste eeuw is het verhaal van de overwintering op Nova Zembla een monument voor de ijzige wildernis die het poolgebied in de afgelopen eeuwen was en die nu met het smelten van de poolkap dreigt te verdwijnen.
Bij gelegenheid van het Vierde Internationale Pooljaar (2007-2009) verschijnt eind september 2007 bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen het boek Terugkeer naar Nova Zembla.
De laatste en tragische reis van Willem Barents. In deze uitgave belicht JaapJan Zeeberg de motivatie van 16de-eeuwse ondernemers en wetenschappers om een vaarroute over de Noordpool naar Azie te ontdekken en de middelen die zij tot beschikking hadden.
Centraal staat de vraag wat het verhaal van Gerrit de Veer ons in de 21ste eeuw nog kan vertellen.
Hoe werd het in de afgelopen eeuwen gelezen, en hoe heeft het de poolreizigers beinvloed die na Willem Barents op zoek gingen naar de gedroomde verten?
Terugkeer naar Nova Zembla presenteert het originele, 16de-eeuwse verhaal met verschillende achtergronddocumenten en de resultaten van archeologisch onderzoek.
Hoewel de schipbreuk op Nova Zembla een ongeluk was – uit onderzoek blijkt dat het schip op de klippen is gelopen – waren de Nederlanders op een overwintering voorbereid. Mogelijk heeft het ontwerp van het Behouden Huys klaargelegen en waren ook extra bouwmaterialen aan boord.
JaapJan Zeeberg beschrijft de culturele dynamiek van het vroegmoderne Amsterdam, de rol van de ondernemers en dominees bij oprichting van de VOC, het lot van het schip, en het ‘Gulden Snede’ principe dat door de schipbreukelingen werd toegepast bij de bouw van het Behouden Huys.
De uitgave is rijk geillustreerd met historisch beeldmateriaal – zoals kaarten van Mercator, prenten en objecten – maar ook met moderne satellietbeelden, landschapsfoto's en reconstructietekeningen.
Dr. JaapJan Zeeberg (1967) promoveerde als fysisch geograaf in Chicago en werkte veelvuldig in het poolgebied.
Hij nam deel aan historisch-archeologische expedities naar Nova Zembla in 1995, 1998 en 2000.
JaapJan Zeeberg, Terugkeer naar Nova Zembla.
De laatste en tragische reis van Willem Barents,
Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, rijk geillustreerd in kleur en zwart-wit, gebonden met stofomslag,
ISBN 978.90.5730.489.7,
prijs Euro 24,95 – 256 pagina's.
Een eeuw dynamiek in de Rotterdamse haven Jubileumuitgave Scheepvaartvereniging Zuid
Zomer 2007 ontvangen
De Scheepvaartvereniging Zuid, Havenondernemersvereniging Rotterdam bestaat dit jaar honderd jaar.
Naar aanleiding van dit jubileum verschijnt de uitgave In het belang van de haven.
Een eeuw Scheepvaartvereniging Zuid van de hand van Matthijs Dicke, Paul van de Laar en Annelies van der Zouwen.
Het boek wordt donderdag 20 september 2007 in Rotterdam – op de dag af 100 jaar na de oprichtingsvergadering – gepresenteerd in gebouw ‘Las Palmas’ tijdens de unieke foto- en filmtentoonstelling ‘Port Images’, een expositie over de ontwikkeling van de Rotterdamse haven.
De uitgave verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers in samenwerking met onderzoeksbureau Stad en Bedrijf.
In 1907 richtten 23 Rotterdamse havenondernemers een belangenvereniging op. De Scheepvaartvereniging Zuid (SVZ) had in de eerste plaats als doel stakingen te voorkomen en geschillen tussen werkgevers en werknemers in goede banen te leiden.
In dit kader werd in 1908 de CAO – de eerste in Nederland – voor de haven geintroduceerd.
Enkele jaren later werd een havenpool voor losse arbeiders ingesteld.
De SVZ voerde een actief arbeidsvoorwaardenbeleid, vooral tijdens de wederopbouwperiode, toen er een groot tekort aan havenarbeiders heerste en een nieuwe visie op de arbeider ontstond.
De vereniging richtte onder meer een vakopleiding op en zette maatschappelijk werksters in bij de zorg voor havenarbeidersgezinnen.
In de jaren '60 verlegde de SVZ haar focus van sociale naar economische belangenbehartiging: infrastructuur en veiligheid, maar ook nieuwe onderwerpen als milieu, informatisering en de Europese concurrentiepositie.
Vandaag de dag werkt de SVZ samen met de Stichting Europoort/Botlek Belangen onder de naam Deltalinqs.
Deze rijk geillustreerde uitgave belicht de 100-jarige geschiedenis van de SVZ en plaatst haar uiteenlopende activiteiten in hun sociaal-economische context.
Een eeuw dynamiek in de Rotterdamse haven.
Matthijs Dicke, Paul van de Laar en Annelies van der Zouwen, In het belang van de haven.
Een eeuw Scheepvaartvereniging Zuid, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers,
ISBN 978.90.5730.506.1, prijs Euro 29,90 – 196 pagina’s.